| |
 |
 Naar Białowieża - tweede poging. Dag 4.
EVS
|
06 November 2011 | 19:19:10
 |
dinsdag 1 november
De rust heeft mijn been goedgedaan. Natuurlijk voel ik het nog wel (het is nogal geen kleine blauwe plek), maar ik kan weer normaal lopen en als het moet zelfs op m'n knieën zitten. Dat is toch wel handig bij het inpakken van de tent. Heel lui blijf ik nog een halfuur liggen in mijn slaapzak nadat de wekker is gegaan. Om half 10 betaal ik voor mijn verblijf en ga weer op pad. Onderweg naar Hajnówka, vanwaar ik met de trein terug naar Warschau zal gaan, kom ik langs het wisentenreservaat, wat ik nog wil bezoeken. Het paadje "żebra żubra" gaat helaas niet door, want ik heb gisteren gezien dat het gesloten is. "Betreden is zeer gevaarlijk." Dat zal wel met de staat van de houten bruggetjes e.d. te maken hebben, waar het pad grotendeels uit bestaat.
In het wisentenreservaat zijn niet alleen wisenten, maar ook edelherten, reeën, elanden, żubrońs (kruising żubr (=wisent) x koe), wolven, een lynx, wilde zwijnen en Poolse paardjes te zien. Het is dus eigenlijk gewoon een soort kleine dierentuin. Ik zie ook nog een paar grote kikkers, een raaf en een buizerd, als ik het goed heb, maar die zijn daar vrijwillig. Als ik eerlijk moet zijn, vallen de wisenten me een beetje tegen. Gewoon een soort bruine koeien met brede schouders en een grote kop. Helemaal niet zo groot en schrikwekkend als ik door de verhalen had verwacht. En net als de meeste andere dieren staan ze een beetje te grazen of liggen ze te liggen. Maar dan de wolven! Daar is tenminste wat te beleven. Die zijn van alles aan het doen, blaffen, rennen met z'n allen achter eentje aan, en dat zal wel niet de eerste keer zijn, want die ene heeft een kale plek en wond achter op z'n rug. Na twee uur ben ik uitgekeken en begin ik aan de overgebleven 15 km naar Hajnówka. Heel rustig aan, want bij het trappen doet mijn been toch nog wel een beetje zeer.




Omdat het vandaag allerheiligen is (of eigenlijk omdat het morgen allerzielen is), worden er uitgebreid (kunst)bloemen en kaarsjes verkocht op straat. Maar ze maken er hier een halve kermis van, compleet met ballonnen, speelgoed en wafels. Waar je dat allemaal voor nodig hebt als je iemands graf gaat bezoeken, heb ik nog niet begrepen.
Ruim een half uur voor vertrek kom ik op het station aan, waar de trein al klaar staat, zodat ik nog voor het misschien al te vol wordt een paar broodjes kan klaarmaken. Als we eenmaal rijden, zie ik, wanneer ik onder het schrijven toevallig even naar buiten kijk, net twee reeën wegspringen. En later zie ik er nog 3 ergens op een veld. Dat is toch veel mooier dan achter een hekje. |
|
|
 |
 |
 Naar Białowieża - tweede poging. Dag 3.
EVS
|
06 November 2011 | 19:09:49
 |
maandag 31 oktober
gemeten: min. 0°C - max. 12°C
Om 7 uur sta ik, na een lange, maar voor op een slaapmatje vrij ononderbroken nacht (een paar extra lagen kleding heeft zo z'n voordelen) fris en uitgerust op. Er zijn drie dingen die ik, afgezien van de al afgesproken wandeling met de gids, hier in ieder geval wil zien: het openluchtmuseum, het reservaat waar de wisenten, waar Białowieża zo beroemd om is, "geshowd" worden en een daar vlakbijgelegen bekend educatief paadje genaamd "żebra żubra". Na het ontbijt ga ik dus eerst eens informeren wanneer die open zijn. Het reservaat blijkt 's maandags gesloten voor toeristen, dus ga ik naar het openluchtmuseum. Het is een privaat museum, niet groot, maar mooi gelegen. Je kunt er gewoon zo in, er is geen toezicht, lleen als je de gebouwtjes ook van binnen wilt bekijken, moet je van tevoren een afspraak maken. Ik bekijk alles dus op mijn gemakje alleen van buiten en door de raampjes. De zon komt af en toe heel eventjes door, zodat ik eindelijk een paar zonnige foto's kan maken.


Na het bezoek aan het museum besluit ik nog een stukje te gaan fietsen om de tijd te vullen. Op een gegeven moment is het pad niet zo mooi meer als het er op de kaart uitzag. Het is volgegroeid met allerlei planten, of omgewroet door de wilde zwijnen, en regelmatig liggen er grote takken of complete bomen dwars over het pad, waar ik mijn fiets overheen moet tillen, of in enkele gevallen onderdoor moet rijden. Gelukkig maar dat ik geen bagage heb vandaag. Ik moet alleen wel een beetje opschieten om op tijd terug te zijn en nog tijd over te houden om wat te eten voor de wandeling. Die obstakels komen dus niet zo erg van pas. Tot overmaat van ramp stoot ik mijn been ook nog zo hard tegen een dikke uitstekende tak langs de rand van het pad, dat ik er 's avonds mank van loop. Maar van de pijn kan ik me nu niks aantrekken, want dan kom ik nergens. Uiteindelijk valt het erg mee hoe laat ik terug ben en heb ik na het eten zelfs nog een kwartiertje over.
Voor de wandeling door het Reservaat van Stricte Bescherming sluit ik me aan bij twee dames en een meisje van 4. Dit reservaat mag je alleen in met een gids. Vanaf het moment dat onze gids verneemt dat ik uit Nederland kom, benoemt hij in zijn verhaal alle bomen en vogels ook in het Nederlands. Er komen hier veel Nederlanders, vertelt hij. Behalve wat vogels en een kikker zien we geen interessante dieren, maar gelukkig weet de gids wel allerlei interessants te vertellen en aan te wijzen. Halverwege begint het een beetje te regenen, en sowieso is het zulk grauw weer, dat foto's maken geen zin heeft. Als we terugkomen, is het al donker. Ik doe nog even wat boodschapjes en keer dan terug naar "huis". Na al dat lopen kan ik mijn zere been nog maar nauwelijks ver genoeg buigen om te fietsen. Althans, ik kán het wel buigen, maar dat doet enorm pijn. Hopelijk is dat morgen een beetje beter. Ik schrijf nog wat aan mijn verslag, kook mijn avondeten en ga weer lekker bijtijds naar bed. |
|
|
 |
 Naar Białowieża - tweede poging. Dag 2.
EVS
|
05 November 2011 | 18:28:36
 |
zondag 30 oktober
gereden: 83 km / 5:08 u
gemeten: min. 5°C - max. 10°C
Eigenlijk te laat sta ik op, want het is al licht. Als ik vertrek, is het op mijn telefoon half 9 en op mijn kilometerteller al half 10, want ik heb nog geen pen opgezocht om het knopje mee in te drukken om de tijd te wijzigen. Hoog tijd dus. Ik sta vandaag wat minder vaak stil om van alles en nog wat te bekijken, en zo heb ik na anderhalf uur al bijna net zoveel gereden als gisteren in een halve dag. In Zubacze kom ik opvallend veel interessante houten huisjes tegen, hoewel het dorp op zich niet speciaal mooi is. Wel staat er een (in ieder geval van buiten) prachtige houten orthodoxe kerk.



Na Czeremcha kom ik op de Puszcza Białowieska en kan ik gemarkeerde fietsroutes volgen. Die voeren mij na een tijdje over een weg direct langs de Wit-Russische grens. Wat paaltjes met prikkeldraad, een niet al te goed omgeploegde en niet al te kale strook grond met aan de ene kant Poolse, en aan de andere kant Wit-Russische grenspalen, en daar is een land waar ik niet in mag zonder visum.

Op het punt waar de weg weer van de grens afbuigt, zie ik een patrouillewagen over de grensstrook rijden. Die komt mij vast zo achterna, denk ik nog. En ja hoor, een paar honderd meter verderop hoor ik achter mij een auto naderen en even later vraagt de meneer achter het opengedraaide raamje naast me of ik even wil stoppen. Ze willen natuurlijk mijn paspoort zien, en stellen de gebruikelijk vragen: waar ik heen ga, waar ik vandaan kom, en ze controleren of ik wel weet dat je de grensstrook niet mag betreden, ook niet om even een foto te maken. Terwijl de ene grenswachter in de auto mijn gegevens noteert, maakt de andere, een vriendeijke man, een praatje met me, dat regelmatig door de eerste onderbroken wordt: "Is dit je achternaam of je voornaam?" "Welke maand is dit?" "Is dit het paspoortnummer?" "Waar staat je woonadres?" Tja, dat staat in Nederlandse paspoorten niet. Als alles afgehandeld is, wensen ze me nog een goede reis en kan ik weer verder. Gezien de tijd en de af te leggen afstand besluit ik om een omweg die ik van plan was te maken toch maar over te slaan. Op die omweg moest ik volgens de kaart een paar molens en mooie kerken tegenkomen, maar mooie kerken kom ik evengoed genoeg tegen, en van die molens ben ik niet zo zeker, aangezien ik er gisteren ook een paar tegen had moeten komen waar ik niks van gezien heb. En misschien is het maar goed ook dat ik die omweg niet maak, want nu steekt er ineens zo'n 20 à 30 meter voor mijn neus een edelhert de weg over. Dat had ik anders niet gezien. Rond een uur of één, net als ik honger begin te krijgen, kom ik bij een mooi meertje, waar ik besluit pauze te houden. Ik kook een lekker pannetje macaroni, en dit keer kan ik mijn spulletjes wel afwassen. Daarna weer verder door het bos. Helaas is het ook vandaag erg grauw weer, zodat alles niet zo mooi is als het zou kunnen zijn. Ook zijn de mooiste kleuren van sommige boomsoorten al verdwenen. De herfst is hier wat verder dan in Warschau. Evengoed zijn er best heel mooie stukken bij. En als ik wat meer verstand van de natuur had, zou ik daar ongetwijfeld nog meer van overtuigd zijn.

Rond half 4 kom ik in Białowieża aan. Een enorm toeristisch dorp, waar elke 50 m een bord staat dat daar kamers of vakantiehuisjes te huur zijn. Er zijn ook een paar gelegenheden om te kamperen, en ik denk dat ik het daar maar op ga wagen, want ze voorspelden voor vannacht en morgennacht 5-6°C, en dan is het best te doen. Maar voor ik een slaapplaats ga zoeken, wil ik eerst kijken of ik voor morgen een wandeling met een gids kan regelen, want een groot deel van het Nationaal Park Białowieża mag je alleen met een gecertificeerde gids betreden. Op de parkeerplaats waar een aantal toeristische bureautjes een kiosk hebben, is alles gesloten. In de rest van het dorp kom ik ook niks tegen waar ik wat aan heb, dus ik bel naar een bureautje dat ik thuis nog op internet gevonden had. Dat leek me een bijzonder leuke firma vergeleken met de andere, onder meer omdat ze vogelwandelingen 's morgens vroeg organiseren. De mevrouw aan de lijn kan me niet direct vertellen of er morgen een groep is waar ik me bij aan kan sluiten; daarvoor moet ze eerst bij de gids informeren. Een tijdje later belt ze terug: er is geen groep 's morgens vroeg, maar wel in de middag. Ook goed. Ik heb inmiddels een mooi kampeerplekje gevonden in de tuin van een "agroturystyka". Ik heb 2 douches en 2 toiletten voor mezelf, alleen wel zonder warm water. Dat is al afgesloten voor de winter. Ik krijg dus korting op de prijs, die evengoed nog 15 zł is, een van de duurste die ik in Polen heb betaald voor een kampeerplek. Maar ja, ik heb dan ook niet vaak ergens gekampeerd waar er meer sanitair was dan een poepdoos in een houten hokje. Er is ook een schuurtje dat aan één kant open is met een tafel, bank en verlichting. Verder is er een gestoorde kat, die rare sprongen maakt, voor mij uit en achter me aan rent en probeert mijn tent in te glippen. Als hij echter ook probeert op de tent te klimmen en zijn nagels op het tentdoek uitprobeert, jaak ik hem toch maar weg, hoewel ik zijn gezelschap verder best leuk vond, want daar is mijn tent toch niet op gemaakt. Het heeft effect, een uur of twee blijft hij weg, maar als ik wat boterhammetjes ga klaarmaken voor het avondeten, moet ik hem haast onder mijn arm vastklemmen om te zorgen dat hij de kaas niet van mijn brood eet. Na het eten komt hij lekker op schoot liggen, en dat beetje extra warmte is best welkom, want de lucht is inmiddels opgeklaard, dus het belooft fris te worden. Als het morgen nou ook eens zo helder is... Als ik naar bed ga is het al afgekoeld tot een graad of 4 en zorgt een lichte mist ervoor dat alles er in het licht van hier en daar verspreid staande (straat)lantaarns sprookjesachtig uitziet. Ik hou mijn kleren maar aan, en dat is wel nodig, want rond 11 uur is de temperatuur in de tent al gedaald tot 0°C. Als ik echter een paar uur later weer wakker word, is het weer 4°C, wat dus betekent dat het niet helder meer is. Helaas, pindakaas, dat zonnetje morgen kan ik wel uit m'n hoofd zetten.
 |
|
|
 |
 Naar Białowieża - tweede poging. Dag 1.
EVS
|
04 November 2011 | 13:18:19
 |
zaterdag 29 oktober
gereden: 54 km / 3:50 u
gemeten: min. 2°C - max. 7°C
Het is vroeg opstaan, want om 6.30 uur gaat de trein naar Siedlce, waar ik overstap op de trein naar Grabarka. Ik kom bijtijds op het station aan, nog voor 10 over 6, en dat is maar goed ook, want er staat een enorme rij voor de kassa's. En dat zo vroeg op zaterdagmorgen. Net op tijd heb ik mijn kaartje voor de eerste trein — als de mevrouw achter de kassa ook nog de tweede op moet zoeken, gaat het volgens haar te lang duren — en twee minuten voor vertrek kom ik op het perron aan. De trein zit behoorlijk vol, heel wat mensen moeten staan. Maar ik heb gelukkig een zitplek. Alles rijdt netjes op tijd, en de overstap is geen probleem. Gelukkig zijn er speciale randjes voor de fiets op de trappen op het station. De volgende trein is nog voller dan de eerste. Ook is er hier geen plek om je fiets neer te zetten, dus ik sta zo'n beetje middenop het stukje tussen de deuren. Iedere keer als er iemand in, uit of langs moet, is het manouvreren en oppassen dat ik niemand met het stuur in zijn rug por, dat ik niet over het Yorkshire terriërtje voor mijn voorwiel heen rijd en dat ik ook niemand plet met de fietstassen. Van dat slapen, lezen en ontbijten dat ik van plan was te doen in de trein komt weinig terecht door al die drukte. Om 9 uur kom ik dus met een nog altijd lege maag aan in een prachtig schilderachtig heuvellandschap, daarom is het eerste wat mij te doen staat een plekje zoeken om wat te eten. Dat is gauw gevonden, op een stapel boomstammen op een veld langs de weg, die overigens verlaten is. Ik trek ook maar meteen mijn lange onderbroek aan onder mijn gewone broek, want het is hier best fris. In de omgeving van Warschau gaven ze in de trein nog bijna 8°C aan, hier is het maar 2°C.
Na het ontbijt is mijn eerste doel de Heilige Berg. In Grabarka is het enige orthodoxe vrouwenklooster in Polen, en dat staat op die berg. Ook is er natuurlijk een kerk, en daaromheen is een bos van houten kruizen, waaruit zich gauw een eekhoorn uit de voeten maakt als hij mij in de gaten krijgt. Die kruizen zijn daar neergezet als dank voor een of andere gebedsverhoring. Dat is begonnen in 1710, toen er - zo gaat althans het verhaal - een choleraepidemie was. Op een gegeven moment zag een zekere man in zijn droom iemand die hem vertelde wat hij moest doen om te overleven: naar die berg gaan, en daar een kruis neerzetten en drinken uit de bron. En anderen vertellen hetzelfde te doen. Dat deed hij dus en wonder boven wonder overleefde en genas iedereen die op die berg was. Sindsdien is de berg een populaire pelgrimsplaats, in ieder geval op bepaalde feestdagen. Hoe dan ook, al die kruizen zien er wel apart uit. Volgens het bordje kan je de kerk vanaf 10 uur bezoeken, en ik kom zo'n 20 minuten voor die tijd aan, dus ik wacht nog even en lees wat in de reisgids die ik geleend heb. Maar als ik zo'n 5 minuten over 10 ga kijken, is de kerk nog steeds dicht. Ik heb geen zin om langer te wachten, dus rij ik, nadat ik ook nog een paar kniekousen extra heb aangetrokken, verder.


In Maćkowice probeer ik de watermolen te vinden, waar in de reisgids over geschreven staat, maar ik zie hem niet zo gauw, dus ik rij maar verder. De volgende plaats waar wat te beleven valt, is Mielnik. Hier is een uitkijktoren (waarvoor ik een eind vrij stijl heuvelopwaarts moet), een ruïne van een kerk en een kasteelheuvel met mooi uitzicht over de Boeg. Een mooie plaats dus voor een pauze.


Door al dat kijken en pauze houden (en stilstaan om foto's te maken), is het tegen de tijd dat ik in Niemirów kom al de hoogste tijd voor het middageten. Ik sla een weggetje rechtsaf in, want dat gaat richting Boeg. Ik hoop een plekje bij het water te vinden, zodat ik meteen mijn pannetje kan afwassen. Maar het weggetje blijft op een flinke afstand van de rivier en loopt er dan parallel aan, dus dat wordt dan het pannetje uitvegen met gras en een beetje water uit mijn flesje. Gelukkig werkt dat best goed met de aardappels met prei en kaas die ik kook. Onder het eten zie ik voor het eerst vandaag een waterig zonnetje. Als ik uiteindelijk weer opstap, is het al bijna half vier! Dan mag ik nu wel een beetje op gaan schieten, anders gaat het nooit lukken om morgen in Białowieża aan te komen, zoals ik wilde. Ik doe nog gauw even wat boodschapjes voor morgen en ga weer verder. Er volgt nu een uur lang een zandweg door het bos, die over het algemeen heel aardig te berijden is. Aan het eind word ik begroet door een luid blaffend hondje dat zijn territorium bewaakt, maar als ik hem een aanhaal ineens niet zo erg waaks meer blijkt te zijn. Ik rij nog één dorp verder, naar Tokary, waar ik bij de winkel (ik was nog wat vergeten) met een meneer en een mevrouw aan de praat raak, die me aanraden om bij het dorpshoofd (sołtys) te informeren of ik niet in de leegstaande school kan overnachten. Zijn dochter, die op het erf is, vertelt me waar ik hem kan vinden ("even verderop, daar is een groot gebouw aan de rechterkant en er staat een traktor voor"). Maar de sołtys blijkt niet meer te gaan over de school en vertelt me waar ik wel moet zijn. Omdat het pas vijf uur is en ik eigenlijk verderop had willen overnachten, informeer ik bij iemand op straat hoe ver het precies is naar Czeremcha, waar waarschijnlijk de eerste officiële overnachtingsgelegenheid pas is. 22 km. Dat is op zich best te doen, alleen moet ik dan wel een uurtje in het donker fietsen. Dat vindt men maar niks voor een meisje alleen, dus begint de meneer direct om zich heen te informeren bij voorbijgangers of ze me niet een nachtje kunnen herbergen. Na twee personen die helaas geen plaats hebben, belt hij zijn moeder op (die orthodox is) en vraagt of ze geen plaats heeft voor een meisje dat op de fiets vanuit Grabarka is gekomen. Hij wil me bijna een pelgrim noemen. Ik mag komen, dus hij brengt me erheen. Het is het eerste huis vanaf de Wit-Russische grens (de weg loopt tot aan de grens, maar er is geen grensovergang), oftewel het laatste van het dorp. Kleindochter Magda logeert een paar dagen bij haar oma, en voorziet mij direct van een bord aardappels met salade en thee. Als ik dat op heb, laat ze me zien waar ik kan slapen. Op een slaapbank in de woonkamer, die verder niet veel gebruikt lijkt te worden. Heerlijk comfortabel. Een stuk beter dan de hele avond in de tent zitten (want die heb ik voor de zekerheid meegenomen, aangezien de tweede en derde nacht volgens de voorspellingen "warm" moeten worden: 5-6°C) terwijl het zo koud is en de avonden zo lang zijn. Hoewel het pas zes uur is, heb ik nu al zin om te slapen, maar dat doe ik nog maar even niet. Nog even wat schrijven, wat lezen. Oma interesseert zich niet zo erg in mijn aanwezigheid en ligt tv te kijken; kleindochter moet nog ergens heen en gaat daarna vroeg slapen, want ze is eigenlijk ziek. Om acht uur besluit ik dus ook maar naar bed te gaan. Een beetje slaap inhalen kan geen kwaad. Vannacht heb ik nog een uur "langer" ook, want de klok gaat achteruit. Niet dat ik me daar wat van aantrek - als ik morgen voor het donker Białowieża wil bereiken, kan ik het me niet veroorloven om later weg te gaan omdat de klok toevallig verzet is, want het wordt wel mooi een uur "eerder" donker. Dat betekent rond half 5 al. Echt absurd, het is nog niet eens november en om half 5 is het al donker. Die wintertijd is hier in het oosten van de tijdzone nergens goed voor.
 |
|
|
 |
 Kajakken
EVS
|
05 Oktober 2011 | 12:07:48
 |
Goed, ik had dus al meer dan de helft geschreven, een heel lang verhaal, en toen schakelde mijn computer spontaan uit, en toen ik hem weer had aangezet, was alles natuurlijk vedwenen, zelfs dat wat al eerder was opgeslagen. Het hele bestand was gewoon weg... Balen. "Balen" is trouwens zo'n woord, waarvoor ik in nog geen enkele taal die ik ken een goede vertaling heb kunnen vinden. Ik vind het veel onvertaalbaarder dan het zogenaamd meest onvertaalbare woord "gezellig". Maar daar ging ik het niet over hebben. Een tweede keer hetzelfde stuk schrijven is lang zo leuk niet, en het wordt natuurlijk (in ieder geval voor mijn gevoel) ook nooit zo goed als het eerste, zodat ik eigenlijk helemaal geen zin meer heb om het nog te schrijven. Daarom hou ik het dit keer bij een wat beknoptere beschrijving dan gewoonlijk.
In augustus zijn we een weekje wezen kajakken. "We" dat zijn Krzyś, Ola, Gosia en ik. Eigenlijk hadden er nog twee mensen aangegeven mee te willen, maar die zijn niet komen opdagen. Ons plan was om te varen op de Czarna Hańcza en eventueel de Rospuda, twee rivieren in Suwałszczyzna (spreek uit soevauwsjtsjyzna), de omgeving van de stad Suwałki, in het noord-oosten van Polen. Ik had wel eens eerder gekanood, de laatste keer twee jaar geleden, en daarvoor heb ik geen flauw idee wanneer de laatste keer was. Maar in ieder geval was dat steeds hooguit een paar uur en nooit meer dan één dag achter elkaar. Trekken en kamperen was natuurlijk niet nieuw voor me, maar voor Ola en Gosia wel. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens aan een volwassen persoon zou moeten uitleggen hoe je een gasbrandertje aansteekt, maar nu waren er zelfs twee.
De route over de Czarna Hańcza beginnen we op een klein en heel druk strandje (waar we nog moeten betalen ook voor het te water laten van de kajaks) aan een groot, langerekt meer, genaamd Wigry, waar we een hele dag over doen. Niet ver van het beginpunt, maar op de andere oever, waar het gelukkig niet zo druk is, kamperen we op het terrein van de watersportvereniging van Bryzgiel. We zochten eigenlijk de camping, maar voor een nachtje mogen we hier wel staan.
De volgende dag is het, ondanks dat er niet veel wind staat, op zo'n groot stuk open water toch best lastig om in een rechte lijn te varen in de richting waar we heen willen, maar we komen uiteindelijk toch aan bij het Camaldulensenklooster, dat we volgens onze reisgids beslist moeten bezoeken. Het is, zoals zoveel kloosters en kerken, best mooi — vooral het hofje met de woninkjes ziet er erg schilderachtig uit — maar verder vind ik het niet zo heel bijzonder. 's Avonds kamperen we op een kampeerveldje aan het begin van de Czarna Hańcza (het begin ná het meer, want ervoor stroomt ze ook al), dat we delen met een gezinnetje.

De volgende morgen kunnen we al zwemmend in het rustige water de vogeltjes in het riet bekijken, want die hebben ons niet in de gaten als we geen lawaai maken. Daarna begint de kanotocht op de rivier. Hier kan in feite niets misgaan, behalve dat je het riet in kan varen, wat Ola en Gosia dan ook veelvuldig doen, en Krzyś en ik gelukkig een stuk minder vaak. Op één plek zijn er obstakels in het water, palen van een oude brug, en daar lukt het Gosia en Ola om om te kiepen, zodat we een eindje verderop een extra lange pauze moeten houden om alle natte spullen in de zon te drogen. Gelukkig is die er overvloedig. 's Avonds kamperen we op een terrein waar al een aantal tentjes staan, zodat we gezelschap hebben bij het kampvuur.
Als we de dag daarop weer verder varen, komen we dan ook een aantal keer bekenden tegen. Er zijn hier op sommige gedeeltes om de paarhonderd meter kampeerveldjes, maar toch is het nog best moeilijk om een rustige plek te vinden. Tja, wat wil je, als er bijvoorbeeld groepen van ruim 30 tieners rondvaren. Die weten we gelukkig te ontwijken, maar wel krijgen we gezelschap op ons kampeerplekje van een stel dat we al van gisteren kennen.




Al met al is de Czarna Hańcza mooi, ontzettend helder en eenvoudig te bevaren, maar erg toeristisch en er is dus weinig echte stilte. Bij elk dorp staan wel mensen allerlei lekkernijen te verkopen direct langs het water, op veel plaatsen staan reclameborden voor campings, barretjes of winkels, en als je een kwartier geen anderen tegenkomt, is het lang. Dat is niet echt de rust en ongerepte natuur waar we op gehoopt hadden. Daarom besluiten we om de volgende dag over te stappen naar de Rospuda, waarvan we verwachten dat die rustiger is. De Rospuda is echter ook wat moeilijker, en dat zien Ola en Gosia niet zo erg zitten. Aangezien niemand van ons er bezwaar tegen heeft op te splitsen, doen we dat. Gosia en Ola blijven op de Czarna Hańcza, Krzyś en ik worden door het verhuurbedrijf opgehaald, wisselen de kajak in voor een andere van beter materiaal (verplicht vanwege de stenen in de Rospuda) en worden vervolgens weggebracht naar het Garbaśmeer. Van daar varen we de Rospuda op, waar we meteen het meest interessante stuk voor de boeg hebben. Snelle stromingen, scherpe bochten, stenen en boomstammen in het water, ondiepe stukken waar één of beide van ons uit moeten stappen om te zorgen dat de kajak niet over de bodem schuurt, en zelfs een klein watervalletje, gevormd door een dwarsliggende boomstam, waar we de kajak voor de zekerheid maar overheen leiden terwijl we zelf op de kant staan. Experimenteren met dat soort dingen kan maar beter als je geen bagage hebt. Helaas ontbreekt het op dit soort stukjes gewoonlijk aan tijd om foto's te maken. "Helaas", want het zijn ook juist de meest schilderachtige plekken.

Verderop is minder bos en volgen enkele heel langgerekte meren en daarna een stuk waar de rivier juist heel smal is en omgeven door hoge rietkragen. We komen hier op het water bijna geen mensen tegen, alleen op de oevers van meren wat vissers en toeristen, en op plekken waar een winkel in de buurt is andere kajakkers. Wat dat betreft is het hier een stuk aangenamer dan op de Czarna Hańcza. Wat wel jammer is, is dat de omgeving wat "vijandig" of toch op zijn minst ongastvrij op ons over komt. Op bijna elke plaats waar je aan land zou kunnen gaan, staan bordjes dat het privéterrein is en verboden toegang. Soms zijn zulke plekken zelfs afgezet met paaltjes en draad, op sommige plekken zelfs met prikkeldraad. Dat staat niet alleen erg onvriendelijk, maar is nog gevaarlijk ook, want het is vaak in bochten van de rivier, en je hoeft maar even de macht over je kano kwijt te raken, of je zit met je hoofd in het prikkeldraad.

Eén keer overnachten we op een onofficieel boerencampinkje, een andere keer op een veldje langs de rivier dat hoort bij een grote, vrijwel lege camping. Wildkamperen is lastig, omdat alle plaatsen die geschikt zijn óf privéterrein en verboden toegang óf een officieel kampeerveldje zijn.
Onderweg bezoeken we nog de zogenaamde "Heilige Plaats". Hier zou in een eik die voorheen voor heidense rituelen werd gebruikt Maria verschenen zijn, waarna die eik tot kruis gemaakt is, waarvan in de loop der jaren alle spleten en kieren volgestopt zijn met muntjes. Ziet er wel apart uit. Ook is er een kapelletje naast gebouwd, waarvan de muren letterlijk tot de nok toe gevuld zijn met bidprentjes, iconen, op de muur geschreven gebeden, enz.


Op de laatste dag komen we uiteindelijk weer in de buurt van de "beschaving". Dit wordt ons pijnlijk duidelijk door een soort op bussen lijkende enorme rondvaartboten die vanaf het Rospudameer, dat bij de stad Augustowo ligt, een eind de rivier op komen gevaren en met enorme golven en een hoop herrie de rust verstoren. Op het meer zelf varen overal motorbootjes, waterscooters en zeilboten, en op en langs de strandjes is het vol met badgasten. We zijn weer terug in de bewoonde wereld. De laatste nacht kamperen we op een sympathiek campinkje in iemands achtertuin aan de rivier de Netta, vlakbij het meer, en de volgende ochtend vroeg stap ik op de bus naar Krutyń, waar het tweede zomerkamp zal plaatsvinden (waarover ik al geschreven heb), en wat later neemt Krzyś de trein terug naar Warschau.
Zo! Het is me gelukt! Eindelijk is dit verhaal af, en het is korter dan ik ooit had durven verwachten. Is dat niet fijn? Dat scheelt jullie weer een hoop tijd. |
|
|
 |
 Zomerkamp
EVS
|
27 Augustus 2011 | 13:11:59
 |
Op het moment van schrijven heb ik er juist twee zomerkampen op zitten. En geen gewone zomerkampen, maar "therapeutisch-rehabilitatieve" zomerkampen. Het eerste vond plaats in de eerste helft van juli in Wierchomla, een klein dorpje helemaal in het zuiden van Polen, vlak tegen de Slowaakse grens, in de Beskiden. Het tweede vond plaats in het midden van augustus in Krutyń, een dorp in Mazurië, een gebied met veel meren in het noorden van het land. Beide kampen duurden twee weken.
In Wierchomla verbleven we in een groot driesterrenhotel, dat 's winters vol wintersporttoeristen zit, maar 's zomers voor een groot deel leeg is. Ook in het dorp zijn alle souvenirkraampjes e.d. dicht in de zomer. Alleen de gewone winkel is open, en de stoeltjeslift aan het einde van de weg. Die voert zo'n 20 minuten oftewel 300 m omhoog de bergen in, waar het schitterend wandelen is. Het hotel staat in een langgerekt dal, waardoorheen een bergriviertje stroomt dat enkele kilometers voorbij het hotel aan het eind van het dal in de rivier de Poprad uitkomt. De Poprad vormt ook meteen de grens met Slowakije, maar om in Slowakije te komen (zonder varen, zwemmen of vliegen tenminste) moet je een eind omrijden, want de dichtstbijzijnde brug is een kilometer of 8 verderop.
Tegenover het hotel is een speeltuintje, achter het hotel is een weide met daarop een klein klimpark, waarvan het voor ons alleen lastig gebruikmaken is, omdat het alleen open gaat als er een groep van minimaal 10 personen is en je het twee dagen van tevoren meldt. In het hotel is een grote speelkamer voor de kinderen, wat vooral bij slecht weer erg fijn is. Mijn kamer (met balkon) deel ik met Zosia, met wie ik ook in Warschau soms samenwerk. Elke kamer heeft een eigen badkamer, en die badkamers zijn, zo komen we met een aantal van de collega's tot de conclusie, overduidelijk door een man ontworpen. Het plankje om spulletjes op te zetten hangt boven het toilet, zodat als er iets afvalt, dat direct in de wc-pot valt. Verder bestaat de douche uit een maar heel minimaal richtbare kop, die niet afneembaar of in hoogte verstelbaar is, zodat het bijna onmogelijk is om met droge haren onder de douche vandaan te komen, temeer omdat er nergens ruimte is om zeep of douchegel e.d. neer te zetten, behalve op de grond. Je haren wássen is echter ook moeilijk als je lang haar hebt zoals ik, omdat, behalve dat de kop te laag hangt om er rechtop onder te staan, er ook maar zo weinig water uit de douche komt, dat het wel een eeuwigheid moet duren voor je haar nat is en ook voordat je de shampoo er weer uit gespoeld hebt. Ik heb overwogen om bij de receptie een emmer te gaan vragen om mijn haar in te wassen, maar uiteindelijk heb ik het maar gewassen onder de douche bij het zwembad, die daarvoor beter geschikt is. Het hotel beschikt namelijk ook over een zwembad, en zelfs over een compleet kuuroord inclusief verschillende sauna's, jacuzzi, massages enzovoorts. Het zwembad, dat mij daarvan toch het meest interesseert, stelt echter niet veel voor. Het is slechts een meter of 10 lang en niet meer dan een meter diep, zodat je in vijf slagen aan de overkant kunt zijn en met onder water zwemmen moet uitkijken dat je je knieën niet stoot.
In Krutyń verbleven we in een groot vakantiepark met enkele gebouwen met kamers, maar ook trekkershutten, kampeergelegenheid en kanoverhuur. Wij bezetten met zijn allen één zo'n gebouw met kamers. Hier zijn de douches gelukkig beter, maar gebeurt het dan wel weer regelmatig dat er even geen water is. Het terrein ligt aan de rivier de Krutynia, waarover een populaire kajakroute voert. Vooral in het weekend is het er dan ook enorm druk, met zo'n 2000 kano's op het water. Het is ook mogelijk te zwemmen in de rivier; nergens is het water dieper dan tot de middel en de stroming is niet sterk. Er is zelfs een mooie stijger op ons terrein om vanaf te springen. Krutyń ligt in een prachtig bosrijk gebied dat deel uitmaakt van het Nationaal Landschapspark Mazurië en is verschrikkelijk toeristisch. Langs de hoofdweg is elk tweede huis een hotel, restaurant of kanoverhuurbedrijf. Ga je echter van die hoofdweg af, dan is het een gewoon, best sympathiek dorp.
Hoe ziet zo'n kamp er nu uit? De kinderen zijn tussen de bijna 2 en 16 (op het eerste kamp) of 13 (op het tweede kamp) oud. Het merendeel van hen heeft een stoornis in het autistisch spectrum, maar er zijn ook enkele kinderen met andere problemen en broertjes en zusjes. Gelukkig genoeg voor ons staf zijn de kinderen niet alleen, maar met een of beide ouders of soms grootouders. Wij hoeven ze dus niet de hele dag in de gaten te houden. Exclusief broertjes en zusjes zijn er zo'n 20 à 25 kinderen en de staf bestaat uit ongeveer 12 personen. Tussen ontbijt en avondeten, met een onderbreking van 1,5 uur voor het middageten, vinden er verschillende therapieën en lessen plaats, bijvoorbeeld logopedie, hippotherapie (met een paard), therapie met een hond, "handtherapie" (gericht op ontwikkeling van de fijne motoriek), massage (veel kinderen hebben problemen met bijvoorbeeld de spierspanning), lessen gericht op communicatie en de algemene ontwikkeling, tekenen en knutselen, en groepslessen met muziek en beweging. De meeste activiteiten vinden met kinderen individueel plaats en duren een half uur, maar de laatste twee, waarbij ik betrokken ben, vinden plaats in groepjes van 2-5 kinderen en duren 45 minuten, met vervolgens een kwartier om op te ruimen en spullen klaar te zetten voor de volgende groep. Bij de groepjes zijn er gewoonlijk twee, soms drie volwassenen, en af en toe blijft ook een ouder erbij, omdat sommige kinderen niet alleen willen blijven. Zo rouleren de kinderen dus tussen verschillende ruimtes en activiteiten. Verder zijn er voor de ouders ook consultaties met een psychologe. Gelukkig is niet altijd de hele dag volgepland. Ik heb regelmatig een uur of twee uur pauze, en gedurende elk kamp ook twee keer een hele ochtend of middag vrij, zodat ik ook nog wat van de omgeving kan genieten.
's Avonds na het avondeten hebben we eerst met de staf een "rondje", waar we vertellen over onze dag, belevenissen en wat we al niet meer kwijt willen. Daarna hebben we normaal gesproken vrij, maar 2 à 3 keer per kamp zijn er 's avonds workshops voor de ouders, die gegeven worden door de psychologe, en dan past de rest van de staf op de kinderen. Als het weer goed genoeg is, gaan we dan met ze wandelen; zo niet, dan moeten we iets anders verzinnen. Ook vindt er elk kamp een toernooi plaats waarbij de staf en (een deel van) de ouders met elkaar wedijveren in allerlei spelletjes.
Tijdens een van de workshops in Wierchomla is het echt geen weer om te gaan wandelen, en daarom hebben we geregeld dat we in de discotheek van het hotel kunnen. Aan het begin is er ook een "echte disco" met muziek (kinderliedjes, dat wel) en gekleurde lampen, daarna doen we allerlei spelletjes. Maar vooral die disco is allergrappigst om te zien. Stel je voor: bij elke gekleurde, knipperende lamp staan wel één of meerdere kinderen, sommige met hun hoofd zwaaiend, haast headbangend, andere wapperend met hun handen, andere springend, allemaal door de lampen gehypnotiseerd. Op de dansvloer dansen kinderen en ook een paar volwassenen. Een forse - zowel in de hoogte als in de breedte - 16-jarige jongen stuitert al springend kriskras over de dansvloer. Een jongetje van 6 doet iets wat op breakdance lijkt. Een paar meisjes dansen in een kringetje en andere in hun eentje. Het laat zich niet beschrijven, maar het ziet er echt enorm grappig uit.
Op een middag in Wierchomla, nog aan het begin van het kamp, heb ik vrij en het is gelukkig mooi weer. Ik besluit een bergwandeling te gaan maken. Van tevoren stippel ik op de kaart die ik al heb gekocht een route uit: met de stoeltjeslift omhoog, dan rechtsaf de blauwe route volgen, en bij het kapelletje weer rechtsaf en dan alsmaar dat pad volgen tot ik weer in het dorp ben. Als ik in de stoeltjeslift zit, kom ik erachter dat ik de kaart vergeten ben mee te nemen, maar aangezien de route eenvoudig is, besluit ik toch maar gewoon te gaan lopen. De blauwe route volgen is niet zo moeilijk, maar een kapelletje kom ik niet tegen. Wel kom ik op een punt waar de gele en blauwe route uit elkaar gaan, en van de kaart herinner ik me dat dat bij het kapelletje ook het geval was. Ik kies wat dan dat pad naar rechts moet zijn, en dat gaat inderdaad het dal in, en aan de zon te zien ook ongeveer de kant op waar ik heen moet. Maar als ik al bijna beneden ben, begint het pad naar links te buigen, en nog verder naar links, en nog verder... En het dorp waar ik uitkom, is niet Wierchomla. Bij navragen blijkt het naar Wierchomla 15 km te zijn, over de weg. Er is ook wel ergens een paadje door het bos, maar daar weet niemand mij het fijne van te vertellen, dus daar begin ik maar niet aan. En over een kwartier begint het avondeten al... Tja, dat wordt wel een beetje krap. Nou is het niet zo'n ramp als ik het avondeten mis, maar drie kwartier later is er het rondje, waarbij ik geacht word aanwezig te zijn. Liften dan maar, dan heb ik nog kans dat ik dat haal. De eerste drie kilometer is een weg door het dorp naar de hoofdweg, en daar rijdt bijna geen verkeer, en wat er rijdt, gaat niet verder dan het dorp, maak ik op uit de gebaren. Maar op de hoofdweg stopt er al gauw een vriendelijke mevrouw met haar dochtertje voor me, die me zelfs helemaal tot aan het hotel brengt, als is dat voor haar een paar kilometer om. En zo kom ik vijf minuten voor het einde van het avondeten aan, zodat ik nog snel even een paar boterhammen kan smeren om later op te eten.
Tijdens een latere wandeling - met kaart - blijkt dat ik het kapelletje wel tegen ben gekomen, maar het is heel klein en staat met de ingang van het pad af, zodat je het in het voorbijgaan maar moeilijk kan herkennen als kapelletje.
In Krutyń houden we op een avond een "nachtelijke riviertocht". Rond een uur of 9 beginnen we op een paar kilometer stroomopwaarts vanaf onze verblijfplaats de tocht op opblaasbanden, luchtbedden en andere modellen opblaasbare zaken. Het schemert dan al flink. De kajakkers zijn van de rivier verdwenen, en alleen wij en de zwanen zijn over. Al zittend of liggend op de verschillende voorwerpen drijven we de rivier af. De rustige stroming neemt ons mee, we hoeven alleen af en toe even bij te sturen als er ergens een boom in het water ligt. Zolang je maar óf droog blijft óf in het water, is het niet eens echt koud, want het water is vrij warm. Bijna een uur lang kunnen we zo ontspannen, daarna komen we weer terug in de beschaving en is het tijd voor een warme douche.
De "lessen" zien er heel verschillend uit. Bij de lessen met muziek en beweging zingen we liedjes met gebaren of dansjes, we doen spelletjes uit de categorie "zakdoekje leggen", "tikkertje", enz., spelletjes met kleuren, ballen mikken, hindernisbanen en zelfs kussengevechten, en een uitgebreid welkom heten en afscheid nemen met bijpassende liedjes zijn ook vaste prik. Ik leid deze lessen niet, maar ben ondersteunend aanwezig, soms met nog iemand anders. Het gebeurt ook dat er ouders bij zijn, want niet alle kinderen willen alleen blijven zonder hen. Soms zijn al die volwassenen ook hard nodig, want als het ene kind de neiging heeft om alles overhoop te halen wat het maar kan, het andere niets doet als je het niet bij de hand neemt, weer een ander soms ineens andere kinderen knijpt of duwt, en de laatste staat te huilen met zijn handen over zijn oren omdat de rest teveel herrie maakt, dan is het soms best lastig om een spelletje te doen. Gelukkig is het niet altijd zo extreem, er zijn ook groepen waarin de kinderen heel leuk meedoen, en alles tussen die twee uitersten in.
Bij de creatieve "lessen" maken we op een keer een schaap van een closetrolletje en watten. Natuurlijk komen de vingers onder de lijm te zitten en blijven de watten eraan plakken. Op een gegeven moment laat één van de kinderen zijn handen - met watten - zien en zegt: "Nou, dan word ík zeker een schaap." Een andere keer beplakken we een hoedje van papier met stickertjes, waarvan het nogal lastig is om het papiertje aan de achterkant eraf te krijgen, dus dat doen wij als leiding. Adam van 4 is moe en heeft niet zo'n zin meer in plakken, en als ik hem stickertjes aangeef, weigert hij. Maar als ik zogenaamd tegen iedereen zeg: "Ik heb nog een sticker. Wie wil er een sticker?" dan is hij er als eerste bij en plakt heel enthousiast.
Soms lukt wat ik bedacht had niet helemaal, of helemaal niet. Dat is op zich helemaal niet erg; soms hebben de kinderen zelf geweldige ideeën van wat ze willen maken. Maar sommige kinderen vinden het bijvoorbeeld leuker om de klei op de grond te gooien, het brooddeeg op te eten, de stiften netjes in een rijtje te leggen of hun handen vol verf te smeren, dan om iets te maken van die dingen. Een meisje is alleen geïnteresseerd in heen en weer bladeren in een tijdschrift dat iemand heeft laten liggen, en als je probeert haar voor iets anders te interesseren, dan gaat ze gewoon een eindje verderop zitten. Het gebeurt ook dat kinderen zo hun eigen ideeën hebben over hoe iets gedaan moet worden, en dan krijg je als resultaat dingen als een dinosaurus met een stuk of vijf poten en 2 staarten. Ach, dat is eigenlijk best origineel, toch?
Soms zijn het niet de kinderen, maar de ouders, die het je moeilijk maken. Op een keer heeft een van de kinderen het moeilijk als zijn vader de ruimte heeft verlaten aan het begin van de "les". Maar al gauw komt hij tot rust, en hij verft zelfs wat, al is het niet van harte. Daarna heeft hij er genoeg van, dus moeten we wat anders verzinnen. Ik zie dat hij plezier heeft in het aanraken van substanties met verschillende consistenties (verf op zijn handen, zijn handen in een bakje water), dus ik besluit samen met hem brooddeeg te maken. Ik weet dat als ik dingen van hem ga vragen of hem op een of andere manier ga dwingen, hij overstuur zal raken en er verder niets meer met hem te beginnen zal zijn, dus heel voorzichtig probeer ik hem nieuwsgierig te maken en uit te nodigen om te komen kijken naar en voelen aan wat ik in het teiltje doe. Hij loopt door de ruimte, maar af en toe komt hij toch even voelen aan de bloem, het zout, het water erbij... En het lijkt hem wel te bevallen. Dan komt opeens, zonder duidelijke reden, (misschien om te kijken hoe het gaat) zijn vader de ruimte binnen. Zodra Jaś hem ziet, barst hij in huilen uit. Vader neemt de leiding over, zet hem op een stoel aan tafel met het teiltje voor zijn neus, en gebied hem te kneden. Daar heeft Jaś natuurlijk allang geen zin meer in, en na een paar minuten besluit vader dat het beter is om maar op te geven en weg te gaan - met Jaś. Ik kan hem wel afschieten! Het ging juist zo goed, en dan dit!
Op een keer als ik vrij heb, zit ik in mijn kamer een boek te lezen. Opeens gaat de deur open en komt Kuba van 9 de kamer binnenlopen. Zonder iets te zeggen of te antwoorden op mijn verbaasde vraag: "Hé, wat kom jij hier nou doen?", loopt hij naar de badkamer, gaat er naar binnen, neemt plaats op de wc en gaat plassen, de deur nog open. Ondertussen komt zijn moeder ook al aan, want ze is naar hem op zoek. We lachen er maar om. Als hij klaar is, wast Kuba netjes zijn handen en loopt de kamer weer uit. Hij is zich er totaal niet van bewust dat wat hij gedaan heeft misschien een beetje vreemd is. Als je moet plassen, dan ga je toch gewoon naar de dichtsbijzijnde wc?!
|
|
|
 |
 Fietsen in Warschau
EVS
|
22 Augustus 2011 | 15:49:20
 |
Dit keer eens een ander soort bericht, want het gaat niet over één bepaalde gebeurtenis, maar over iets wat ik bijna dagelijks doe: fietsen in Warschau. Fietsen is, vind ik tenminste, namelijk veel prettiger en praktischer dan in volle bussen en trams zitten, erop wachten, je afvragen wat voor verbinding er is van hier naar huis, enzovoorts. Van huis naar werk (de locatie waar ik het vaakst werk) rijd ik op de fiets binnen 20 minuten; met het openbaar vervoer moet ik minstens 35 minuten van tevoren vertrekken om er zeker van te zijn dat ik op tijd aankom.
Fietsen wordt steeds populairder en ook aangenamer in de stad. Als straten opnieuw worden ingericht, wordt er vaak ook aan een fietspad gedacht, en zo breidt het fietspadennetwerk zich langzaam uit. Dat fietspaden aangelegd worden op plaatsen waar er oorspronkelijk geen was, leidt soms tot opmerkelijke situaties. Soms houdt het gewoon op en moet je de weg op, omdat er verder geen plaats voor is, soms gaat het verder aan de andere kant van de weg. Of het begint zomaar ergens, zonder dat dat langs de weg aangegeven wordt, en als je er dan na (een paar) honderd meter achter komt dat er een fietspad is, is er in de verste verte geen plek te bekennen waar je dat fietspad op zou kunnnen. Maar dat is allemaal zo vreemd nog niet. Het gebeurt ook wel dat het fietspad bijvoorbeeld onderbroken wordt door een trap, zoals op de foto's hieronder. De tekst op het verkeersbord op de eerste foto luidt: "Naar het fietspad" en dat lijkt me verder wel voor zich spreken. In de situatie van de tweede foto houdt het fietspad op, moet je de trap af (gelukkig mét zo'n strook waarover je de fiets kan rijden!) en in de tunnel gaat het fietspad verder.
Een klein stukje voor de plek op de tweede foto hierboven is een bushalte, en zoals bij veel bushaltes, staan de wachtenden graag op het fietspad te wachten. Tja, wat wil je ook, daar is schaduw. Of als het slecht weer is, worden ze daar niet natgespat door voorbijrijdende auto's.
De slecht uitgedachte planning van de fietspaden in het algemeen helpt ook niet mee om de voetgangers op het voetpad te houden. Vaak is het enige onderscheid tussen fiets- en voetpad de kleur van de bestrating - geen richeltje, hogere ligging, ander soort bestrating of wat dan ook. Of er is alleen een (nog maar slecht zichtbare) witte streep in het midden.
Ook wisselen fiets- en voetpad vaak van kant: nu eens is het fiestpad rechts en het voetpad links, dan weer kruisen ze elkaar en is het andersom. En als er dan slechts af en toe een fietser voorbij komt, is er voor de niet speciaal daarop lettende voetganger weinig verschil waar hij nou precies loopt. Soms zijn de paden sowieso voor gemeenschappelijk gebruik door fietsers en voetgangers. Daar zijn speciale verkeersborden voor, met boven twee voetgangers en onder een fiets, gescheiden van elkaar door een horizontale streep. De andere versie, waarbij ze naast elkaar staan en gescheiden worden door een verticale streep, betekent dat ieder zijn eigen strook heeft. Maar wat te denken van onderstaande situatie, waar toch duidelijk twee gescheiden paden zijn, maar er volgens het bord een gemeenschappelijk pad is? Hoort men hier soms te fietsen en te lopen op de strook gras in het midden?!
Maar er is niet alleen maar reden tot klagen. Er zijn ook heel mooie fietspaden waar het prettig fietsen is. Zo zijn er bijvoorbeeld op beide oevers van de Wisła lange, vrijliggende fietspaden. Ook zijn er de nodige parken met mooie fietspaden er doorheen, al is daar bij mooi weer de kans op loslopende voetgangers wel groot. En bij - of eigenlijk onder - knooppunt "Mars" is zelfs een hele rotonde speciaal voor fietsers en voetgangers. En wat te denken van dat fietspad met vier voorsorteerstroken? Of nee, dat bord slaat geloof ik toch op de rijbaan ernaast.
Al dat moois is er niet zomaar gekomen. Er zijn mensen die zich inspannen om de fietsen, fietsers en hun belangen onder de aandacht te brengen van de bevolking en van degenen die beslissingen nemen over de (fiets)infrastructuur. Zo is er bijvoorbeeld eens per maand de "kritische massa", een evenement waarbij een paar duizend fietsers en ook enkele skeeleraars de straten overnemen en een tocht van zo'n 20 km door de stad afleggen. Om te laten zien dat ze er echt wel zijn, fietsers, en dat ze niet over het hoofd gezien moeten worden. Ik heb er tot nu toe één keer aan deelgenomen, de andere keren had ik steeds wat anders, maar als de zomervakantie voorbij is, gaat het vast lukken om nog vaker mee te rijden. Om het "lekker een stukje fietsen" hoef je het niet te doen, want het gaat in een slakkengangetje, en dan wordt er ook nog regelmatig halt gehouden om te zorgen dat er geen gaten in de stoet ontstaan. Wel kom je op deze manier op plaatsen in Warschau waar je anders misschien nooit gekomen zou zijn. En hopelijk draagt het ook nog wat bij aan het "goede doel".
Iets dat mij nog steeds verbaast, zijn de zebrapaden over de fietspaden. Op sommige plaatsen is er om de haverklap een zebrapad, soms als er daar daadwerkelijk een voetpad het fietspad kruist, soms is het ook minder helder waarom nou precies daar. Nergens heb ik eerder zoveel zebrapaden over het fietspad gezien. Misschien is het vanuit de gedachte dat de "zwakste" verkeersdeelnemer beschermd en geholpen moet worden (maar zelfs dan rijst de vraag, of een voetganger nou echt veel "zwakker" is dan een fietser), maar voor mij is het maar vreemd. Een voetganger kan in één stap stilstaan, een fietser doet daar op zijn minst een aantal meter over en moet vervolgens meer inspanning leveren om weer op gang te komen, dus ik zou het logischer vinden als de voetganger de fietser voor laat gaan. Bovendien is het niet zo dat voetgangers zonder al die zebrapaden het fietspad niet over zouden kunnen steken omdat het zo druk is met fietsers. De fietspaden lijken namelijk geenszins op die in het centrum van een grote Nederlandse stad; er komt slechts af en toe iemand voorbij.
Die zebrapaden, en het voorrangsrecht dat ze geven, versterken waarschijnlijk alleen maar de bij de meeste voetgangers toch al aanwezige neiging om geen rekening te houden met fietsers. En de gevolgen daarvan heb ik een paar weken geleden aan den lijve ondervonden. Op een mooie zomermorgen rijd ik op zo'n fietspad, dat alleen door de kleur van de bestrating wordt onderscheiden van het naastliggende voetpad. Ik rijd overigens niet op mijn eigen fiets, want mijn remkabel is gebroken, en ik ben op een van een kennis geleende fiets met veel betere remmen onderweg om een nieuwe remkabel te kopen. Maar goed, ik rijd daar dus. Voor mij, op het voetpad, loopt een vrouw, in dezelfde richting als waarin ik rijd. Als ik nog een paar meter van haar verwijderd ben, steekt ze plotseling, zonder om te kijken, het fietspad over. Op een zebrapad, maar dat maakt het niet minder onverwacht, want voetgangers steken hun hand natuurlijk niet uit als ze willen afslaan. Ik rem zo hard ik kan om haar voorrang te geven. Dat gaat met die remmen goed, de fiets staat netjes op tijd stil. Maar ikzelf heb nog vaart, vlieg over het stuur heen en maak een mooie schuiflanding languit voor mevrouw op de grond. Een ogenblik lig ik stil en bedenk me dat dat best wel pijn doet, daarna sta ik op om de schade op te nemen. Als mevrouw ziet dat ik nog leef, loopt ze rustig verder zonder een woord te zeggen. De schade bestaat uit een aantal schaafwonden op ellebogen, hand, heup en scheenbeen en een scheur en slijtplek in broek en shirt ter hoogte van de heup. De fiets mankeert niks, behalve een paar krasjes op het ene handvat. Niks ernstigs dus gelukkig, maar wel vervelend. Een geluk bij een ongeluk dat dit allemaal pal voor een apotheek is. Ik ga naar binnen om pleisters te kopen. Als ik aan de beurt ben, laat ik mijn ellebogen zien en zeg: "Ik geloof dat ik iets van pleisters nodig heb." De verkoopster wijst me een pakje pleisters aan die geschikt zouden zijn, en suggereert dat ik misschien ook nog wel ontsmettingsmiddel wil. Dat lijkt me wel een goed idee, dus na betaald te hebben neem ik met de aankopen plaats op een stoel om mezelf te verbinden. Terwijl ik nog aan het lezen ben hoe ik dat ontsmettingsmiddel toe moet passen (ik kan me niet herinneren wanneer de vorige keer was dat ik een wond had die ontsmet moest worden, maar dat was in ieder geval heel lang geleden), komt de verkoopster al naar me toe om een beetje te helpen. De pleisters blijken niet erg van nut te zijn, want ze zijn veel te klein voor die grote schaafwonden, maar die komen ooit later nog wel van pas. Gelukkig blijkt er al niets zodanig meer te bloeden dat er perse een pleister op moet. Een stukje wc-papier voldoet om te zorgen dat mijn kleren niet aan mijn heup gaan vastplakken. En zo fiets ik weer verder, maar nu voor de zekerheid iets langzamer, op zoek naar een remkabel.
Een remkabel vinden voor trommelremmen blijkt in Warschau nog niet zo makkelijk. Al eerder was me opgevallen dat niemand, maar dan ook niemand, hier trommelremmen heeft. Bij andere remsystemen heeft de kabel aan een kant een busje en aan de andere kant niets, maar bij trommelremmen moet er aan de andere kant nog een heel systeem van schroefdraad en andere onderdelen op om de rem mee af te stellen. In de meeste fietsenwinkels waar ik onderweg hierom vraag, weten ze niet eens waar ik het over heb. Uiteindelijk kom ik bij de winkel waar ik heen wilde, omdat ik al zo'n vermoeden had dat het moeilijk zou zijn om de juiste kabel te vinden: een winkel gespecialiseerd in wat ze hier noemen "Hollandse" fietsen, oftewel opoefietsen en meer algemeen ook andere types stadsfietsen. Daar weten ze meteen wat ik bedoel en ze hebben het nog ook.
En dan wil ik tenslotte nog even deze foto delen, die wel niet over fietsen gaat, maar wel over een eveneens iets minder gebruikelijk soort vervoermiddel. Waarom zou je nou juist deze straat niet in mogen met paard-en-wagen, en al die andere, vergelijkbare, wel?
|
|
|
 |
 Fietsen richting Białowieża
EVS
|
13 Juli 2011 | 12:16:03
 |
Het plan wás tamelijk eenduidig: met Krzyś en Piotrek een paar dagen klimmen in een gebied met heel wat rotsen ergens ten noorden van Kraków. En de fietsen mee om van Kraków daar te komen en van de ene naar de andere formatie. Maar toen kwam Krzyś met zijn voorwiel in de tramrails terecht en verstuikte zijn voet, dus het klimmen werd een paar weken uitgesteld, en Piotrek kon niet meer mee. En het plan werd veranderd. Kajakken in plaats van klimmen, want dan gebruik je je voeten niet. Een week voor vertrek leek het weer ineens roet in het eten te gaan gooien; de verwachtingen gaven hele dagen regen aan. Maar in de loop van de week trokken ze langzaamaan bij en zou het heel redelijk weer worden. En het plan veranderden we nogmaals, van kajakken in fietsen, want dat is toch wel een stuk goedkoper. We kozen als bestemming Białowieża, een dorpje bij de Wit-Russische grens, waar zich het laatste stuk oerbos van Europa bevindt. Om nog tijd over te houden om daar de omgeving te bekijken, en ook om het saaie Mazowische (d.w.z. het gebied rondom Warschau) landschap sneller achter ons te laten, zouden we eerst een stukje de trein nemen.
Vrijdag had ik vrij, omdat ik op donderdag had gewerkt, terwijl dat een nationale feestdag was. Ik had kinderen geschminkt op een evenementenmarkt in Pułtusk, terwijl een collega zich bezighield met de alcogoggles bij het kraampje van een "bevriende" onthoudersclub. Alcogoggles zijn een soort veiligheidsbril die het effect van 1,5 of 2 ‰ alcohol simuleren. Mensen die ze willen proberen, moeten over een met tape op straat uitgezette lijn (met bochten) lopen, en in de meeste gevallen vallen ze óf bijna om, óf ze lopen over een lijn die zij wel zien, maar die er niet is. Best vermakelijk om te zien.
Hoe dan ook, op vrijdag begint de reis. En hij begint met het ophalen van fietstassen bij Martin helemaal in het zuiden van Warschau. Daarna moeten we een fiets ophalen bij Krzyś' ouders zo'n 30 km ten westen van Warschau, want normaal rijdt Krzyś op een racefiets zonder bagagedrager. De remmen moeten bijgesteld worden, het zadel op de juiste hoogte gezet, en de banden opgepompt. Als dat voor elkaar is, is het inmiddels hoog tijd om wat te eten, dus maken we wat klaar. Daardoor halen we de trein terug naar Warschau die we eigenlijk graag wilden halen niet, en als we de volgende nemen, wordt het zo laat dat het haast de moeite niet meer is om daarna nog te gaan fietsen. Helemaal aangezien we nog niet weten hoe gunstig of ongunstig de overstap is op de trein die ons een stuk bij Warschau vandaan zal brengen. We besluiten dus dat het handiger is om de volgende morgen heel vroeg op te staan en extra lang te fietsen, in plaats van nu nog op weg te gaan. Dan hebben we nu dus nog tijd om even bij Krzyś' oma op bezoek te gaan. Ze woont in een klein huisje niet ver van het spoor, waar je moet uitkijken dat je je hoofd niet stoot tegen de deurpost. Op het houtgestookte fornuis zet ze thee voor ons, die we op het bankje voor het huisje opdrinken. Met koekjes erbij. Oma is al in de 90 en lopen gaat wat moeizaam, maar fietsen kan ze nog best. Alleen heeft ze juist een lekke band die vervangen moet worden, maar de winkels zijn al dicht. Ze heeft al een andere fiets geleend van Krzyś' ouders, maar daarvan staat het zadel te hoog, dus daar kan ze niks mee. Krzyś probeert het lager te zetten, maar de zadelpen is zo lang, dat dat niet gaat. Als de thee op is, vertrekken we weer, terug naar Warschau, en dan vroeg in de veren.
De volgende morgen hebben we om 5.38 uur de trein naar Łochów. Om kwart voor zeven zitten we op de fiets, op weg naar het oosten. Aan het begin is het even een beetje zoeken en vragen om de juiste weg te vinden (en worden we door iemand een weg ingestuurd die alleen naar het terrein van een of andere fabriek gaat), maar uiteindeljik komen we terecht waar we wilden en kunnen we een flink eind opschieten. Ergens in het bos houden we pauze. We plukken een voorraadje bosbessen en eten een appeltje. Een passerende parelmoervlinder heeft daar ook wel trek in en strijkt neer op mijn appel en wil er niet meer af. Ik heb dus uitgebreid tijd om foto's te maken. Uiteindelijk snij ik maar een stukje van de appel af en zet het met vlinder en al op de grond, om toch maar zelf ook verder te kunnen eten.
Hierna rijden we door het Nadbużański Park Krajobrazowy, oftewel het landschapspark aan de Boeg. Het landschap is inderdaad prachtig: licht glooiende heuvels met veelal korenvelden, maar ook moerassen, en natuurlijk de Boeg zelf. Ook zijn er overal traditionele houten huisjes te zien.
Als we de Boeg over zijn, zoeken we een plek waar we naar de oever kunnen afdalen. Op een klein strandje, zittend op een omgekeerde roeiboot, koken we ons middageten: witlofsalade met gekookte aardappels en gebakken worst. Het smaakt voortreffelijk. Als we weer verder willen gaan, bedenken we ons dat we Krzyś' band nog moeten plakken, want die loopt langzaam leeg. Het probleem blijkt echter niet een gaatje te zijn, maar een lekkend ventiel. We vervangen dus het ventiel door een ander, dat ik gelukkig in mijn bandenplaksetje heb zitten, en gaan weer op weg. Nu volgt een gedeelte met onverharde wegen, die gelukkig echter over het algemeen redelijk te fietsen zijn.
Even voorbij Ciechanowiec gaan we op zoek naar een plek om te kamperen. Op de kaart staat een klein, onverhard weggetje dat niet echt ergens heen gaat, met daarlangs een beekje en wat bos. Dat lijkt wel iets waar we een geschikte plek moeten kunnen vinden. Maar in werkelijkheid blijkt het bos een heel eind van het weggetje en het beekje verwijderd te zijn, en ziet het er niet erg geschikt uit om te wildkamperen. Uiteindelijk is er toch een klein stukje bos op een plek waar twee beekjes met heel mooi helder water bij elkaar komen, en er is ook een mooi grasveld. Een ideale plek. Het enige nadeel is dat het hele bosje volgegroeid is met brandnetels en ontoegankelijk is om brandhout te zoeken. Gelukkig vinden we aan de rand genoeg voor een kampvuur. We koken een avondmaal van pasta met bosbessen, room, witte kaas en suiker. Ik zou niet op het idee gekomen zijn, maar het smaakt werkelijk voortreffelijk.
Ik ben al bijtijds wakker, maar het duurt nog een uur of twee voordat Krzyś ook eens uitgeslapen is. In die tijd ontbijt ik maar vast, want ik krijg na een tijdje toch wel honger, pak vast wat spullen in, en maak een mooie bloemenkrans. Ik had ook nog een band kunnen plakken, want ondanks dat we het ventiel vervangen hebben, bleek gisteren al dat de band toch nog leegloopt, maar ik denk er op dit vroege uur niet aan dat dat nog moet gebeuren. Daar worden we dus aan herinnerd op het moment dat we wegrijden. Er blijken drie gaatjes op een rij te zitten, en een uitstulping op een plek waar er een scheurtje in de wang van de buitenband zit. Zowel binnen- als buitenband zijn aan vervanging toe, maar reservebanden hebben we niet bij ons (niet voor deze fiets althans), dus dat zal moeten wachten. We plakken de gaatjes en brengen een versteviging aan op de uitstulping, en daarmee zullen we het voorlopig moeten doen. Als we eindelijk vertrekken en na enkele tientallen meters door het veld op de weg uitkomen, ontdek ik dat ik ook een lekke band heb. Het gaatje is gelukkig snel gevonden, zelfs zonder dat we water nodig hebben, en het is dan ook zó geplakt. Maar als we écht op pad kunnen, is het inmiddels wel al tegen het eind van de ochtend.
Het is raar weer vandaag. Elke paar minuten verandert het, en als de zon schijnt, is het te warm om met lange mouwen te fietsen en heb ik soms zelfs de neiging om mijn broekspijpen af te ritsen, maar als de zon weer achter een wolk is, is het fris en moet ik mijn fleecevest weer aandoen en soms ook mijn regenjas tegen de wind. 's Middags hebben we een buitje en is ook de regenbroek nodig. Tussen de middag kunnen we daarentegen op een veld in de zon en uit de wind een dutje doen in korte mouwen en opgerolde broekspijpen en is het zelfs heet.
Omdat ons niet altijd even duidelijk is hoe de werkelijkheid zich verhoudt tot de kaart (de kaart is nogal grof met een schaal van 1:250.000 en veel onverharde weggetjes en paden staan er niet op), vragen we regelmatig de weg aan plaatselijke bewoners of checken alleen even bij ze of deze weg inderdaad daarheen gaat, waarheen wij denken. Op die manier krijgen we ook meteen wat tips over waar bijvoorbeeld mooie kerkjes te zien zijn of over een weg die we kunnen nemen, die niet op de kaart staat. In een mooi houten kerkje krijgen we van iemand die daar de bloemen aan het verversen is allebei een ansichtkaart met een afbeelding van de kerk, als aandenken.
Op een gegeven moment komen we op een kruising waar geen mensen zijn om iets aan te vragen, behalve een jongen op een scooter die niet weet waar we het over hebben als we de naam van het dorp noemen waarheen de weg volgens de kaart zou gaan. Maar we moeten rechtdoor een onverharde weg op, dus dat doen we maar. Op een gegeven moment veranderen de zandsporen in sporen in het gras, daarna komen we in het bos terecht, en daar wordt de weg in rap tempo minder en minder herkenbaar als weg. Het is duidelijk dat hier ooit een weg heeft gelopen, maar dat moet echt langer geleden zijn geweest dan mijn kaart gedrukt is. We keren dus maar om en proberen een andere weg te vinden, maar dat valt nog niet mee. We komen van het ene zandpad op het andere terecht, maar allemaal gaan ze niet de kant op waarheen de weg op de kaart gaat. Na veel gedwaal en geploeter door het mulle zand komen we uit bij de achterkant van het erf van een groot boerenbedrijf. We rijden het erf over en aan de voorkant komen we eindelijk iemand tegen aan wie we kunnen vragen waar we nu in vredesnaam eigenlijk zijn. Ook is hier weer een echte weg, wat toch wel erg fijn rijdt.
Aan het begin van het volgende dorpje staan we even stil om op de kaart te kijken waar we nou eigenlijk precies zijn. Er komt net een meneer aangereden in een auto, en hij houdt stil om te vragen wat we zoeken, waar we vandaan komen en waarheen we gaan. Het is een meneer met een staartje en hij lijkt alle plaatsen te kennen die we noemen waar we langs gereden zijn. Geen gemiddelde dorpsbewoner. Hij vraagt waar we van plan zijn te overnachten. Dat weten we nog niet, maar het blijkt al half zeven te zijn en dus wel tijd om te beginnen met zoeken naar een plek. Hij stelt voor dat we wel kunnen kamperen op het terrein van de voormalige school waar we net naast staan, hij zal wel even regelen dat dat mag. En het is snel geregeld, want net op dat moment komt de beheerder aangereden. We zijn hartelijk welkom. En pan (meneer) Wojtek - want zo heet de meneer met het staartje - nodigen we uit voor het kampuur vanavond.
Vrijwel het hele terrein is een groot grasveld, en er staan wat oude schommels, een schommelbank, er is een kampvuurplaats, voetbalveld, een schuur waar we de fietsen in kunnen zetten en een waterput. De voormalige directrice, die met haar gezin in een woning in een gedeelte van de school woont, opent voor ons de school, waar we gebruik kunnen maken van de toiletten en een waterkoker die ze speciaal voor ons tevoorschijn haalt.
Omdat we nu dus helemaal geen tijd kwijt waren aan het zoeken van een geschikte plek, is het, als we eenmaal helemaal geïnstalleerd zijn, nog zo vroeg, dat we besluiten eerst nog even een stukje in de omgeving te gaan fietsen. Cygan (oftewel: Zigeuner), het hondje van onze gastheer en -vrouw, dat ons graag mag, loopt met ons mee en wil niet terug naar huis. Het is maar een klein hondje, en we weten niet of hij het wel vol zal houden het hele eind. Maar aan het eind van de om en nabij tien kilometer die ons uitstapje telt rent hij nog net zo hard als aan het begin. Hij is wel helemaal kleddernat van het zweet, alsof hij gezwommen heeft. En terwijl wij de fietsen in de schuur zetten, heeft Cygan al een worstje dat voor het kampvuur bestemd was uit onze tas met eten weten te gappen. De andere drie worstjes weet ik nog net te redden.
Als we 's avonds bij het kampvuur zitten, komt inderdaad pan Wojtek nog even langs, en ook onze gastvrouw komt erbij. We praten gezellig wat en krijgen de nodige tips over wat er waar de moeite waard is van het zien onderweg naar Białowieża. Het is echter nog maar de vraag of we Białowieża wel zullen bereiken. Ik heb tot maandag vrij, dus nog één dag. Als we doorfietsen kunnen we Białowieża wel bereiken in een dag, maar dan komen we niet meer thuis diezelfde dag. De laatste treinverbinding naar Warschau vertrekt namelijk even over vieren al vanuit Hajnówka, een plaatsje een stukje ten westen van Białowieża. Ik heb wel een sms'je gestuurd naar mijn werk om te vragen of ik dinsdag ook nog vrij kan krijgen, maar ik heb nog geen antwoord gekregen. Dat krijg ik op maandagmorgen, en ze kunnen het rooster voor dinsdag niet meer zo ombouwen dat ik niet nodig ben. Eind van de middag moeten we dus de trein terug naar Warschau halen. Het plan wordt dus gewoon: naar Hajnówka. Białowieża blijft over voor een volgende keer. We nemen de weg zoals pan Wojtek dat aanbevolen heeft. We komen nu in het orthodoxe deel van Polen. Naast mooie houten huisjes zien we hier ook mooie (houten) orthodoxe kerkjes en kruizen langs de weg met opschriften in het Kerkslavisch. We komen onder andere door een mooi dorpje genaamd Parcewo. De traditionele houten huisjes zien er netjes onderhouden uit, het gras in de berm is gemaaid, en een mevrouw raapt nog even wat scherven glas van de weg op. Op zich is er niet heel veel bijzonders te zien, maar het is gewoon een mooi dorp.
Een stukje verderop komen we in Orla. Hier is ons aanbevolen om de synagoge en de begraafplaats te bekijken. Als de synagoge gesloten is, kunnen we bij het "cultuurhuis" ernaast vragen of iemand hem openmaakt, is ons gezegd. Het cultuurhuis is echter ook gesloten, maar de man die het gras rond de synagoge aan het maaien is, vertelt ons, dat we bij het stadhuis moeten zijn, een straat verderop. Daar gaan we dus heen, en er komt iemand met ons mee om de deur van slot te doen en ons de synagoge te laten zien. Het is duidelijk ooit een prachtig gebouw geweest, maar vanaf de oorlog is er vrijwel niets meer gedaan aan onderhoud. Nu wordt hij langzaamaan gerestaureerd of wordt in ieder geval geprobeerd verdere aftakeling te voorkomen, maar er is niet zoveel geld voor beschikbaar.
Na de bezichtiging van de synagoge eten we op een bankje niet ver daarvandaan wat boterhammetjes als middageten. We worden vergezeld door een drietal niet al te verzorgd uitziende gepensioneerden, die we ook maar wat te eten aanbieden. Van één van hen komt Krzyś de nodige interessante dingen te weten, en ondertussen probeert een ander mij iets te vertellen, maar ik versta haar niet al te best, want ze spreekt de helft van de letters niet uit en is sowieso nogal warrig. Al pratende met die mensen realiseren we ons dat het naar Czeremcha ongeveer evenver is als naar Hajnówka, en in Czeremcha moesten we overstappen. Dat betekent dat als we daarheen fietsen, dat we ruim een halfuur langer de tijd hebben. Dat besluiten we dus te doen. We moeten nu wel doorrijden zonder steeds overal te stoppen, en voor de begraafplaats hebben we geen tijd meer. We zeggen dus gedag en gaan weer op weg. Na eerst nog een stuk over wegen met kleine kiezelsteentjes, komen we uiteindelijk op een schitterend mooi fietspad, uiteraard langs een weg waar een fietspad helemaal niet nodig is, omdat er nauwelijks verkeer is op deze weg die naar de grens met Wit-Rusland gaat. In Czeremcha moeten we even zoeken waar de kassa is. De kassa's in het stationsgebouw zijn gesloten, en er hangt een briefje met een adres waar de kassa nu is. Dat is in een huis een paar honderd meter verderop. Een vreemde situatie, maar we hebben gelukkig genoeg tijd. Onze trein staat al klaar, dus we kunnen meteen instappen. In Siedlce hebben we een overstap, en daarna gaat het rechtstreeks terug naar Warschau.
 |
|
|
 |
 Flexibel zijn
EVS
|
14 Juni 2011 | 14:58:33
 |
Mijn planning voor vandaag zag er als volgt uit.
11:00 - 12:00 Therapie met Juliusz
12:00 - 13:00 Kantoorwerkzaamheden
13:00 - 15:00 Werkbespreking/feedback met collega Agnieszka
15:00 - 16:00 Therapie met Natalia
16:00 - 17:00 onderweg van locatie A naar locatie B
17:00 - 18:00 Engelse les bij abstinentenclub
En daarna een studentensamenkomst in de pinkstergemeente, gevolgd door een barbecue als afsluiting van het seizoen.
In de praktijk liep het zo.
Gisteravond kom ik om middernacht thuis van de Tandembijeenkomst, waar ik dit keer vooral Pools geoefend heb, en een klein beetje Duits en (passief) Frans. Ik was eigenlijk van plan om wat eerder terug te zijn, maar het was erg gezellig, dus dat lukte niet, maar dat geeft niet. Ik hoef morgen pas om 11 uur te beginnen, dus ik kan lang genoeg slapen en hou dan evengoed nog tijd over om voordat ik vertrek nog de Engelse les van later die dag voor te bereiden. Ik eet mijn avondeten (of moet ik het nachteten noemen?), want dat was er eerder nog niet van gekomen. Gelukkig heb ik wat restjes, zodat ik niet veel tijd kwijt ben aan koken. Maar als ik net thuis ben, hoor ik van Ania dat ik morgen een uur eerder moet beginnen, zodat ik twee uur met Juliusz heb, omdat collega Zosia ziek is en ik een uur van haar over moet nemen. Of ik geen sms'je of e-mailtje heb gekregen van Joanna? Nee, een sms'je niet, en mijn e-mail heb ik vandaag nog niet gecheckt, want ik ben de hele dag van huis geweest. Na het eten kijk ik daar eens naar, maar er is niks van Joanna. Nou ja, als ik om 8 uur opsta, heb ik nog bijna 7 uur slaap en een half uur om de Engelse les voor te bereiden. Dat moet dan maar zo.
Als ik opsta en mijn telefoon aanzet, krijg ik een sms'je binnen. Of ik een uur eerder kan beginnen. Het is maar goed dat ik dat al wist, anders had ik dit over een uur pas gelezen en dan was het wel heel erg haasten geworden. Of ze hadden op het werk gewoon pech gehad dat ik er nog niet was.
Om 10 uur ben ik op het werk, en zoals gewoonlijk is Juliusz te laat. In de tussentijd maak ik wat kopieën voor de Engelse les. Om twintig over 10 belt Juliusz' moeder: we zijn net opgestaan, we komen om 11 uur. Ik ga verder met de Engelse les voorbereiden, ik kan nog genoeg doen voor volgende lessen. Even over elven belt Juliusz' moeder weer: we komen toch maar helemaal niet. Ik heb dus nog een uur vrij.
Agnieszka neemt ook een uur van Zosia over, waardoor ons gesprek pas een uur later kan beginnen en dus maar 1 uur duurt. Prima. Nee, Joanna heeft toch een beter idee. Dat uur kan ik Agnieszka wel assisteren bij de therapie. Ook goed. Van 1 tot 2 dus therapie met Mikołaj en Agnieszka. Even voor enen weer een verandering. Agnieszka is niet lekker en gaat naar huis. En even later nog een verandering. Natalia komt vandaag niet. Ik heb dus verder niks meer te doen hier, en mag wel naar huis. Alleen zo meteen nog Engelse les.
En zo komt het dat ik ineens midden op de dag thuis een stukje voor op mijn weblog zit te schrijven. Vandaag is de planning dus veranderlijker dan het weer, want dat is al de hele dag min of meer hetzelfde: halfbewolkt en lekker warm, maar niet té. Gelukkig is het niet elke dag zo (de planning bedoel ik dan).
|
|
|
 |
 Op reis met de fiets (en ook een beetje zonder)
EVS
|
10 Juni 2011 | 00:13:59
 |
Misschien moet ik mijn strategie eens aanpassen. Ik wil nu steeds pas een verhaal hier plaatsen als ik helemaal bij ben met vertellen, maar aangezien er steeds nieuwe dingen bij komen om over te vertellen, duurt dat vaak een hele tijd, en worden het enorm lange verhalen. Wie weet moet ik gewoon wat posten als ik iets geschreven heb, ongeacht of er na (of voor) de beschreven gebeurtenis nog andere dingen zijn gebeurd waar ik over wil schrijven. Dit keer dus een verslag van de treinreis naar Nederland, toen ik begin april een weekeindje terug naar huis ging om het 40-jarig huwelijk van mijn ouders te vieren, en van een weekje vakantie, bestaand uit een weekeindje Lublin en daarna fietsen in Polen en Oekraïne. Dat ik alleen daarover schrijf, betekent dus niet dat ik verder niets beleefd heb, maar ik heb nou eenmaal de gewoonte om te beginnen met schrijven midden in het verhaal dat ik wil schrijven, en dit waren toevallig de stukken die het eerste klaar waren.
Om 5 over 6 vertrekt, volgens mijn kaartje, de trein naar Amsterdam vanaf Warschau Centraal, maar ik neem de tram vroeg genoeg om ruim een halfuur van tevoren op het station te zijn, zodat ik nog een fietskaartje kan kopen voor de terugreis. Ik heb tot nu toe namelijk alleen een fietsreservering. Maar onderweg blijkt er ergens een tram pech te hebben, waardoor ik niet 20, maar 40 minuten onderweg ben. Het fietskaartje koop ik dan wel in Nederland. De treintijden blijken ietwat gewijzigd te zijn, en mijn trein vertrekt nu vijf minuten later, dus ik moet evengoed nog 20 minuten wachten, maar dat hindert niet.
Op perron 3 staan mensen voor 3 treinen te wachten: naar Rzeszów, naar Amsterdam en nog ergens heen. Eerst komt op spoor 2 de trein naar Rzeszów binnen, even daarna op spoor 4 die naar de plaats waarvan ik de naam niet meer weet. Dan vertrekt de trein naar Rzeszów en verschijnt op de borden van spoor 4 ineens een andere trein met als bestemming: Rzeszów. Grote verwarring alom.. Echt fijn, van die borden, als ze niet goed werken.
Mijn trein komt en vertrekt gewoon op tijd. Omdat de goedkoopste plaatsen al op waren, heb ik een ligplaats en in mijn coupé nemen nog 4 jongeren plaats. Ze vertellen dat een vriend van hen in Berlijn instapt en een plaats heeft in de coupé ernaast, en vragen of ik soms met hem van plek wil ruilen. Ik vind het best, dus ik verhuis. Deze coupé deel ik, behalve met een Pool die zich de meeste tijd ergens anders ophoudt, met een Duitser die al enige jaren in Polen woont en Nederlands blijkt te leren. We praten echter, op af en toe een zinnetje na, toch maar gewoon verder in het Pools. Ik nodig hem uit voor de Tandemavonden, zodat hij af en toe wat Nederlands kan oefenen, en dat lijkt hem wel wat. Hij vertelt dat hij "De erfenis" van Conny Palmen aan het lezen is en dat hij het zo'n goed boek vindt, en als ik zeg dat ik nog nooit iets van Conny Palmen gelezen heb, biedt hij aan dat ik het wel mag lezen; het is een dun boekje, dus ik heb het zó uit. De volgende paar uur zit ik dus te lezen, en het is inderdaad een interessant geschreven verhaal.
Om een uur of 11 ga ik maar slapen, en ondanks dat de jongeren in de coupé naast mij tot 3 uur luid blijven praten, lukt het slapen heel aardig. Even na Hannover staan we een hele tijd, misschien wel een uur, stil, zomaar ergens temidden van de velden. Ondanks dat de ruiten smerig zijn, en ondanks een paar lantaarnpalen een stukje verderop, zie ik meer sterren dan ik de afgelopen vier maanden in Warschau gezien heb. En ik zie er nu echt niet abnormaal veel, in Warschau is het gewoon zo verschrikkelijk licht, dat je er bijna geen ziet. Na deze stop in de velden rijden we weer verder. Als we in Dortmund zijn, komt de conducteur ineens mijn coupégenoot wakker maken: “Snel, je moet eruit hier!” De trein neemt zeker een andere route of zo, waardoor niet alle bestemmingen worden aangedaan. In de haast vergeet mijn coupégenoot zijn boek, dus dat neem ik dan maar mee, om het terug te geven als we elkaar weer eens zien in Warschau. De Poolse coupégenoot blijkt ook al weg te zijn (ik heb er niets van gemerkt dat hij vertrokken is), dus ik ben nu nog alleen over. Het is inmiddels 6 uur en al mijn slaap is verdwenen. Ik kijk uit het raam en zie hoe het licht wordt. En ik zie hoe groen alles hier al is! Een heel verschil met Polen. Daar beginnen de wilgen net uit te lopen en bloeien de forsitia's, hier is zeker de helft van de bomen al (min of meer) groen en verschillende staan in de bloesem. Schitterend.
Als we in Nederland zijn, rijden we weer op schema, dus de gewijzigde route is effectief geweest. In Utrecht word ik op het perron opgewacht door mijn ouders, en er volgt een leuk weekend met een feestje en weerzien met allerlei bekenden.
De terugreis vang ik aan op zondagavond, en dit keer heb ik wel de goedkoopste plaats, een zitplaats in een wagon zonder coupés. Voor mijn fiets, die ik van thuis meeneem naar Warschau, is echter, anders dan de mevrouw aan het loket mij heeft verteld, geen plaats in deze wagon. Die moet ik dus in de volgende wagon neerzetten, en die wagon gaat naar Praag. Daarom moet ik in Berlijn, waar deze wagon afgekoppeld wordt en mijn wagon de laatste van de trein wordt (en het dus niet erg is als de deuren aan het uiteinde van de wagon door mijn fiets geblokkeerd zijn), mijn fiets overplaatsen van de wagon die naar Praag gaat naar het achterste portaal van mijn wagon. En in Berlijn zijn we als het goed is rond een uur of vier. Dat wordt dus bij voorbaat al een gebroken nacht. Gelukkig zitten er in de hele wagon maar een paar mensen en is het dus lekker rustig, zodat ik hopelijk toch nog een beetje behoorlijk kan slapen. Net op het moment dat ik een oogje dicht wil gaan doen, komt er iemand tegenover mij zitten. Het is een vriendelijke Indiase zakenman, die die dag acht uur op het vliegveld heeft doorgebracht zonder met iemand te kunnen spreken, en dus wel om een praatje verlegen zit. Van slapen komt dus de volgende anderhalf uur niets terecht. Daarna gaat hij naar de restauratiewagon en kan ik op weg gaan naar dromenland. Het verhuizen van de fiets gaat goed, en op maandagmorgen rijd ik voor het eerst dit jaar op eigen fiets door Warschau naar huis!
Op een zaterdagmorgen aan het eind van april haal ik net op tijd de trein vanuit Warschau naar Lublin. In het portaaltje achterin staan al drie andere fietsen met hun eigenaren, maar de mijne past er nog net bij. Wel zitten er vervolgens twee mensen in het toilet opgesloten, omdat hun weg het toilet uit is gebarricadeerd door de fietsen. Ze moeten er overheen klauteren met hun voeten op de richels op de deuren en tegen de muren om bij de zitplaatsen te komen, maar dat lukt ze gelukkig. Omdat dit een trein is van de "Goedkope Spoorwegen" (TLK), zit hij goed vol, en ik moet op de gang zitten, maar daardoor zit ik in ieder geval wel bij het raam, waardoor ik een prachtig uitzicht heb op het mooie, meest heuvelachtige landschap.
Twee en een half uur later kom ik in Lublin aan, waar Simon, die ik ken van de on-arrival training die ik in januari heb gedaan, me opwacht. We lopen naar zijn appartement, waar hij samen met een andere vrijwilliger en drie studenten woont, waarvan er dit weekend maar één thuis is. Ik kan dus de kamer van een van de afwezigen gebruiken, een echte luxe. Nadat we wat te eten hebben klaargemaakt en opgegeten, lopen we naar het centrum om dat te bekijken. Het is best een mooi stadje, gelegen in heuvelachtig gebied, wat zorgt voor de nodige mooie uitzichten. Het is niet zo groot, dus we zijn al snel min of meer uitgekeken. De kapel in het kasteel, die erg de moeite waard is vanwege de fresco's, kunnen we helaas niet bekijken, omdat je er alleen met een rondleiding in mag, en er zijn geen plaatsen meer over. Een bezoek aan het ondergrondse gangenstelsel is ook geen optie, want het is daar 12 graden en de rondleiding duurt 40 minuten, en we hebben alleen korte mouwen.

Aan het eind van de middag ontmoeten we op een terrasje Simons ouders, zusje en broertje, want die zijn ook een paar dagen op bezoek. Het is hun laatste dag hier, dus spreken we af om 's avonds samen een hapje te gaan eten. Voor die tijd gaan Simon en ik nog terug naar het studentenhuis waar hij woont om wat uit te rusten van al het slenteren en wat warmers aan te trekken. In het restaurantje waar we 's avonds wat eten, is vrij luide muziek, en dat in combinatie met gesprekken in het Duits en het feit dat ik niet zo heel veel geslapen heb en redelijk vroeg ben opgestaan, zorgt ervoor dat ik na een tijdje moeite heb om nog te concentreren op wat er gezegd wordt, en later zelfs om mijn ogen open te houden. Gelukkig verlaten we het restaurant voor ik echt in slaap val.
De volgende dag moet Simon eerst zijn familie uitzwaaien op het station en dan voor een paar dagen ergens heen met het koor waar hij in zingt. Maar ik kan gewoon nog een nachtje blijven logeren. Voor 's middags heb ik afgesproken met Magda, die ik ook ken van de on-arrival training, alleen hoorde zij toen bij de groep Polen die werken met vrijwilligers en tegelijkertijd met ons een training hadden in dezelfde jeugdherberg. 's Ochtends moet ik me dus zelf zien te vermaken, en ik besluit naar het openluchtmuseum met oude huisjes uit de omgeving te gaan. Onderweg daarheen kom ik langs een mooi houten kerkje, en ga dat even bekijken. Het blijkt een Grieks-Katholiek kerkje te zijn, waar net op dat moment een dienst gaat beginnen in het Oekraïens. Ik besluit te blijven en te luisteren naar het mooie meerstemmige zingen en natuurlijk ook de preek en de gebeden, maar daarbij word ik wel gestoord door een jongetje voor mij, dat niet stil kan zijn.

Na afloop van de dienst rijd ik verder naar het museum, en als ik daar eenmaal binnen ben, blijkt dat het kerkje deel uitmaakt van het museum, en dat ik dus van daar zonder omweg en zonder kaartje naar binnen had gekund. Nou ja, nu is alles tenminste volgens de regels, heb ik een mooi plattegrondje van het hele terrein, en verdienen ze ook nog wat aan mij. Het museum doet me erg denken aan twee andere vergelijkbare musea waar ik ben geweest in Oekraïne, maar het blijft interessant. Alleen begint het na een minuut of tien wel te regenen. En ik heb er natuurlijk niet aan gedacht om m'n regenjas mee te nemen. Gelukkig kan ik snel van huisje naar huisje gaan, zodat ik niet heel erg nat regen, en aan het eind van mijn bezoek kan ik in een klein restaurantje dat gevestigd is in één van de huisjes, onder het genot van de lekkerste pierogi met vlees die ik tot nu toe op heb, een beetje opdrogen, maar op de terugweg word ik wel helemaal kletsnat. "Thuis" dus snel even omkleden, regenpak aan, en dan naar het centrum, waar Magda op me wacht. Zoals gewoonlijk is het tegen de tijd dat ik mijn regenbroek aan heb zo goed als droog.
Aangezien ik gisteren de binnenstad al van buiten heb gezien, lijkt het ons een goed idee om vandaag echt iets te bezoeken. Dat is alleen nog niet zo makkelijk, want het is 1 mei, de Dag van de Arbeid, en dus werkt niemand en is bijna alles dicht. We bezichtigen eerst de kathedraal, want daar was gisteren een huwelijksmis aan de gang toen we er langs kwamen. Daarna hebben we 2 opties: de onderaardse gangen of het voormalig vernietigingskamp Majdanek. We kiezen het tweede, want het is maar de vraag hoe interessant het onder de grond is, en bovendien zijn we daar binnen een uur mee klaar, en wat moeten we dan de rest van de middag doen?
Majdanek ligt aan de rand van Lublin, dus we gaan er met de bus heen. Aan het begin, in het informatiecentrum, is een kleine expositie over het ontstaan van het museum, uiteraard alleen in het Pools. Daarna lopen we naar een groot monument, waarvan we niet weten wat het voorstelt, en vervolgens het voormalig kampterrein op. Waar ooit barakken en andere gebouwen stonden op kale grond, liggen nu mooie groene grasvelden. Slechts een deel van de barakken is bewaard gebleven. In de eerste 3 zijn tentoonstellingen over de geschiedenis van het kamp en de oorlog en over het kampleven te zien. In 3 talen! Verder is er een barak waar de kleding en schoenen gesorteerd werden, en waar nu langs alle kanten en in het midden rekken staan, volgestouwd met schoenen die afgenomen zijn van degenen die in het kamp zijn omgekomen. Ook zijn er twee barakken waarin de bedden nog staan, en is het crematorium bewaard gebleven. Aan het eind van de wandeling bevindt zich het mausoleum, waarin zich een enorme berg bevindt van aarde gemengd met as van in Majdanek gecremeerde mensen.

Na dit bezoek, waar we, ondanks dat het niet de eerste keer is dat we een dergelijk kamp zien (ik was 2 jaar geleden in Auschwitz), toch wel stil van zijn geworden, gaan we naar Magda's appartement. Eerder die middag had ik namelijk laten vallen dat ik er nu al spijt van heb dat ik mijn overschoenen voor de regen niet heb meegenomen, en heeft Magda aangeboden dat ik de hare wel mag lenen. Ze heeft ze toevallig juist pasgeleden gekocht. Later kan ik ze dan wel per post terugsturen. Nu we toch de gelegenheid hebben, eten we ook meteen een boterhammetje, en daarna lopen we samen met Magda's vriend naar het kasteel, waar mijn fiets gelukkig nog staat, en nemen we afscheid. Onderweg komen we overigens een computerwinkel tegen met het treffende opschrift: "Return Komputery". Tja, een Engelse naam klinkt natuurlijk wel heel hip, maar als het nodig is die computers terug te brengen naar de winkel, dan vraag ik me toch af van wat voor kwaliteit ze zijn...
Als ik thuiskom, is inmiddels één van de medebewoners thuis, Vasyl, een student uit Oekraïne. Omdat hij er tot gisteren niet was, heeft Simon hem niet kunnen vertellen dat ik kwam logeren, dus hij is wel even verrast, maar ik leg hem de situatie gauw uit. We blijven nog een tijdje in de keuken zitten kletsen, dus ik heb de gelegenheid om mijn Russisch en Oekraïens een beetje op te poetsen. Het blijkt dat ik niet de enige ben die moeite heeft de woorden in de juiste taal te vinden, maar gelukkig kennen we allebei Russisch, Pools én Oekraïens, dus elkaar begrijpen is geen probleem. We blijken nog een tijdje tegelijk in hetzelfde studentenhuis in Kiev gewoond te hebben. Wat is de wereld toch klein.
Ik ga bijtijds naar bed, want ik wil de volgende morgen niet al te laat vertrekken.
Op maandagmorgen is het bewolkt, maar gelukkig regent het niet, zoals de weersverwachtingen de dag ervoor wel hadden aangegeven. Magda's overschoenen heb ik dus niet nodig. Het is echter wel behoorlijk koud, dus fiets ik met 2 fleecevesten aan. Onderweg wissel ik mijn T-shirt nog om voor een shirt met lange mouwen, en als ik pauze houd, heb ik ook mijn jas nog nodig. Ik zit op een bankje voor het raadhuis en eet wat. Naast mij neemt een wat oudere dame plaats en knoopt een praatje aan. Helaas, zegt ze, woon ik niet hier vlakbij en zie ik hier ook geen bekenden die wel vlabij wonen, anders zou ik je een kopje thee aanbieden. Ze ziet wel een bekende die blijkbaar niet in de buurt woont, maar vroeger chauffeur is geweest en mij dus wel de beste weg kan wijzen naar waar ik heen wil. Over de grote wegen natuurlijk, rechttoe rechtaan. Zoals gewoonlijk bij zulke goedbedoelde adviezen, knik ik maar vriendelijk, maar ik ga die route natuurlijk niet volgen.

Rond de middag klaart het op en breekt de zon zelfs door, al blijft het fris. Onderweg naar een van de weinige campings in de buurt die op mijn kaart staat, kom ik langs het plaatsje Szczebrzeszyn. Dat is bekend uit de tongbreker "W Szczebrzeszynie chrząszcz brzmi w trzcinie." (Spreek uit: fsjtsjebzjesjinje chsjonsjtsj bzjmi ftsjtsjienje.) Oftewel: In Szczebrzeszyn bromt een tor in het riet. Er is daar zelfs een monument van iets wat voor een tor door moet gaan. Maar het zal wel niet de goede tijd van het jaar zijn - ik hoor niks brommen in het riet.

Ik rij nog een kilometer of tien verder, en daar is de camping waar ik heen wilde, de laatste die ik deze reis zal zien. Midden op het grote veld is een speelplaats en ruimte om te volleyballen, aan twee randen staan trekkershutten, die goed bezet zijn, en de rest van het veld is voor de tenten, waarvan er bij mijn aankomst welgeteld één is. Ik zet de mijne op aan de rand, voor de militaire begraafplaats die zich aan de andere kant van de omheining van de camping bevindt, en kook mijn potje. Daarna lees ik nog wat en ga slapen.
De volgende dag is mijn eerste doel Zamość. Dat schijnt een erg mooi stadje te zijn. Op het moment dat ik er aankom, vindt er net een kleine militaire parade plaats, want het is vandaag de dag van de grondwet (tweehonderd-nog-wat jaar geleden werd in Polen de eerste grondwet van Europa aangenomen, als ik het goed heb) en dat wordt uitgebreid gevierd. De paraderende soldaten gaan naar het marktplein, waar zich de halve stad verzameld heeft. De burgemeester houdt een toespraak, een kozak zegt iets over de grondwet, de vlag wordt gehezen, er klinken saluutschoten met een kanon. Daarna loopt het plein langzaam leeg en kan ik eindelijk zien hoe het er echt uitziet. Bij het VVV haal ik een foldertje, zodat ik weet welke gebouwen ik in ieder geval gezien moet hebben. Zo doorkruis ik het stadscentrum een aantal keren en stel vast dat het inderdaad een mooie stad is. Volgens de folder is het zelfs "één van de meest volmaakte realisaties van het concept van een ideale renaissancestad". In een barretje naast de synagoge eet ik een lekkere pannenkoek als middageten, of als tweede ontbijt, want het is nog best vroeg voor het middageten en ik heb brood bij me voor het "echte" middageten.



Als ik na een uur of twee alles wel zo'n beetje gezien heb, rijd ik verder richting Grabowiec. Daar ontmoet ik Frank, die ik oorspronkelijk ken van een Nederlands forum over Polen, en twee jaar geleden heb ik samen met hem en een stel anderen twee weken gewandeld van Hongarije naar Polen. Daar heb ik hier niets over geschreven, want als je in een groep reist, komt het er niet van om een dagboek bij te houden. Hoe dan ook, Frank is hier in Grabowiec op een kamp geweest dat iemand van CouchSurfing had georganiseerd in haar grootmoeders tuin. Het kamp is net vandaag afgelopen, en er zijn nog maar een paar mensen over. Dan zullen die, of in ieder geval sommigen van hen, wel met ons mee gaan fietsen, veronderstel ik, want we zouden met een groepje nog een paar dagen gaan fietsen. Maar ze pakken allemaal hun spullen en vertrekken, en Frank en ik blijven met z'n tweeën over. Alle andere geïnteresseerden blijken afgezegd te hebben: geen tijd, geen geld, te koud... Oké, met z'n tweeën dan. Dan zijn we in ieder geval flexibler als we van het plan af willen wijken, en dat blijkt later goed uit te komen. Het plan is om naar het oosten te fietsen, daar de grens met Oekraïne over te steken, dan langs de grens naar het noorden naar de volgende grensovergang, terug naar Polen, en dan verder naar het noorden langs de grens met Oekraïne en later Wit-Rusland, tot aan Terespol of het iets verder naar het westen gelegen Biała Podlaska.
Maar goed, we zijn nu dus in Grabowiec, en omdat het nog redelijk bijtijds is, besluiten we om eerst nog een of twee uur te gaan fietsen en dan een plekje te zoeken om te kamperen. Het wordt een plekje min of meer op een zijpad van een rustig weggetje, langs de rand van een akker en vlakbij het bos, gedeeltelijk van de weg afgeschermd door een heuvel en onzichtbaar vanuit de omliggende dorpen. Als het onverhoopt heel hard mocht gaan regenen, dan zou het kunnen dat zich een riviertje vormt door Franks tent, maar we schatten in dat het dan alleen door de voortent gaat, dus we laten de tent maar staan waar die staat. Een klein stukje verderop leggen we een kampvuur aan. Naar brandhout hoeven we niet lang te zoeken in het bos. Op het vuur koken we en we warmen ons erbij, en tegen de tijd dat het hout op is, is het bedtijd.

De volgende dag is het iets minder koud, maar dan vooral uit de wind, want het is evengoed nog zo koud dat ik besluit met mijn capuchon op te fietsen. Maar voordat we gaan fietsen, maken we eerst een klein wandelingetje door het bos om te kijken wat voor plantjes hier allemaal groeien. Ik leer van een aantal de naam, maar zonder oefening is het helaas lastig om ze langere tijd te onthouden. Maar het is toch leuk om met een "gids" het bos te verkennen.
Als ik de tassen op mijn fiets hang, blijkt dat er bij één een stukje is afgebroken van een soort railtje op de achterplaat. Ik kan het beugeltje dat daar bevestigd was wel een eindje opschuiven, dus het is niet direct een probleem, maar toch... Ik dacht dat Vaude een goed merk was, en nou is er al voor de tweede keer iets afgebroken, vorig jaar ook al. Toen zat er nog garantie op en is het gerepareerd (of heb ik gewoon een andere tas teruggekregen?). Als ik weer thuis ben, moet ik maar eens nagaan of er nog steeds garantie op zit.
We rijden door velden en door bos, tussen de middag picknicken we, en daarna is het al niet ver meer, eer we Oekraïne zien. Maar ja, dat ligt aan de andere kant van de rivier de Boeg, en daar moeten we eerst nog een stuk parallel aan fietsen voor we bij de grensovergang bij Zosin komen, en daarmee in het alleroostelijkste puntje van Polen. Daar blijkt dat je de grens niet fietsend of lopend over mag, dus moeten we iemand zoeken die ons mee wil nemen in zijn busje. We beginnen vooraan de rij met wachtende auto's. Busjes genoeg, maar de meeste chauffeurs zijn bang dat ze misschien problemen krijgen met de fietsen (stel dat ze een aankoopbewijs willen zien om te bewijzen dat we ze niet in Polen gestolen hebben?) en teruggestuurd worden. Die problemen krijgen ze natuurlijk niet - de grenswachter heeft ons immers zelf verteld dat we op deze manier de grens over kunnen - maar het is moeilijk ze daarvan te overtuigen. Uiteindelijk lukt het, maar dan zijn we al lang niet meer vooraan de rij. Het is inmiddels kwart over vier. We wachten tot we bij de Poolse douane zijn. Wachten tot ze klaar zijn met controleren. Wachten tot we bij de Oekraïense douane aan de beurt zijn. Als ze klaar zijn met de paspoorten: wachten tot de autopapieren en het busje zelf gecontroleerd zijn. Maar, als ik het me goed herinner voor het eerst, hoeven we geen "immigratiekaart" in te vullen. Alles bij elkaar duurt het zo'n 3 uur. In die tijd komen we onder andere te weten dat onze Oekraïense medepassagiers op de terugweg zijn van het sigaretten smokkelen naar Polen. En zij komen van ons te weten dat nee, we hebben geen kindjes, want we zijn geen stelletje.
Eenmaal in Oekraïne doen we gauw even wat boodschapjes, rijden het dorp uit en zoeken een plaats om te overnachten. We vinden een schitterend plekje aan de rand van een groot braakliggend veld, in een hoekje achter wat struiken, zodat we vanaf de "oprit" naar het veld niet zichtbaar zijn. Omdat het al aan de late kant is, maken we geen kampvuur, maar koken op gas. De tentjes hebben we tegenover elkaar opgezet, zodat we erin kunnen zitten, terwijl we ertussenin koken, lekker warm. Het wordt - heel origineel - macaroni, met zo'n beetje alles erin wat we niet voor het ontbijt nodig hebben: kaas, smeerkaas, worst, tomaat, komkommer, saus... Sommige dingen zijn misschien wat ongebruikelijk, maar wel lekker. Daarna zitten we in het donker nog een tijdje te luisteren naar de vogels die nog zingen: roerdomp, koekoek, kwartelkoning, nachtegaal... Ja, dat weet Frank te vertellen, want ik heb er niet zoveel verstand van, alhoewel ik de roerdomp nu wel aan zijn geluid kan herkennen. En we kijken naar de sterren.

Donderdagmorgen is een schitterende ochtend. Als we opstaan, staan onze tenten nog in de schaduw en zijn met rijp bedekt. Maar in de zon is het lekker, als je voldoende kleren aanhebt natuurlijk, want het is maar een paar graden. Weer zijn er allerlei vogels te horen en soms ook te zien, waaronder, naast allerlei vogels die ik thuis ook vaak genoeg tegenkom, de kraanvogel en de wielewaal. We breken eerst de tenten op, en ontbijten een stukje verderop op het veld in de zon. Daarna gaan we op pad.

In het eerste dorpje is een winkel, waar we wat boodschapjes doen. Als we even verderop op de weg wat foto's staan te maken van het pittoreske dorpsgezicht, komt ons een grenswachter tegemoet gefietst. We zijn in de grenszone, dus hij wil weten waar we heen gaan en onze papieren zien. Als hij onze plannen hoort, zegt hij stellig: "Jullie gaan verdwalen." Hij belt nog ergens heen: "Ik heb hier twee buitenlandse fietstoeristen... Nee, ze houden zich aan de regels..." En dan mogen we verder. We maken geen haast, staan om de haverklap stil om ergens een foto van te maken, en zo komt het dat we de grenswachter een stuk verderop weer tegenkomen. En nog een stukje verderop weer. En weer. En zo gaat het een paar uur door. En als we op de kaart staan te kijken, vraagt hij of we al verdwaald zijn. We beginnen ons af te vragen wat hij van plan is en hoe lang dit zo door zal gaan. Maar opeens zien we de reden: een of andere afdeling van de grenswacht is dezelfde kant op als waar wij heen gaan. Als we daar eenmaal voorbij zijn, zien we ook de grenswachter niet meer. We rijden nu een stuk door het bos direct langs een hek, met daarachter een brede strook netjes geharkt zand, waarin iedereen die illegaal de grens over probeert te steken, sporen achterlaat. Hadden we eerst nog een verharde weg, of in ieder geval iets wat daarvoor door moest gaan (er lagen in ieder geval hier en daar stenen), hier rijden we op een zandweg, maar het is nog goed te doen. Verderop worden de wegen echter steeds slechter. Soms is het zand zo mul dat we moeten lopen, soms is het een en al blubber, maar soms ook rijden we over groene graspaden, begroeid met bosanemoontjes en lelietjes van dalen. De grenswachter krijgt gelijk. Na een tijdje zulke wegen klopt de kaart niet meer met de werkelijkheid. Maar wat geeft dat? We hebben een kompas, dus we weten welke kant we opmoeten, en we hebben geen haast, als we voor morgenmiddag maar weer een keer een winkel vinden. We waren van plan om rond half 7 een plek te gaan zoeken voor de nacht, maar dat blijkt niet nodig, want juist om die tijd komen we bij een meertje ("verboden te vissen") met daarbij twee huisjes, een stal en een toilet. Niks blijkt bewoond te zijn, en het ene huisje lijkt überhaupt niet meer in gebruik te zijn. De deur ervan is open, en na enig beraad besluiten we om in dat huisje te overnachten. Het is uitgerust met tafel, bankjes, doorgezakt bed (dat Frank goed genoeg vindt liggen om erop te slapen), kachel, bezem, afdruiprek en lege wodkaflessen. We weten natuurlijk niet of er nog iemand zal komen en of we er wel in mogen, dus voor de zekerheid bedenkt Frank een manier om de deur van binnenuit te barricaderen.




's Ochtends, nog voor we goed en wel zijn opgestaan, komt er een paard en wagen met twee mannen erop het terrein opgereden. Vanuit het huisje observeer ik hen ongezien. Ze parkeren de kar tussen ons huisje en het meertje, spannen de paarden uit en gaan vissen. Even later komt er nog een paard en wagen aan, dit keer met meer mensen. We veronderstellen dat dit gewoon het plaatselijke recreatiemeertje is, en dat de mensen die gekomen zijn "gewone" mensen zijn, en waarschijnlijk niet de eigenaars. We hebben dus geen reden om ons langer schuil te houden. Even later komt een van de mannen van de tweede wagen het huisje in om een beker te zoeken. Zo raken we kort met hem aan de praat, en even later, als we inmiddels ons ontbijt op het stoepje in de zon achter de kiezen hebben, nodigt hij ons uit op de... wodka. Rondom de wagen, die vol hooi ligt, staan de berijders ervan, en onder het hooi vandaan komt allerlei lekkers: augurken, gekookte eieren, brood, salo (varkensvet, waar Oekraïners bekend om zijn dat ze het zo veel eten) en natuurlijk de wodka. Of we het nou willen of niet, we moeten eraan geloven. Je hoort drie keer te drinken, dat is de gewoonte. Ze verzekeren ons ervan dat we geen politie tegen zullen komen die ons op alcohol gaat controleren. Ook vertellen ze dat het vandaag de feestdag van de beschermheilige van hun dorp is, en dat ze daarom vrij hebben en hier komen vissen, net als die andere twee mannen. "Maar wij praten tenminste met jullie en geven jullie wodka en eten, niet zoals die anderen daar, die alleen maar aan vissen denken. Ons gaat het niet om het vissen, maar om het uitrusten."

Het is heel gezellig en ze doen erg goed hun best om beschaafd te praten in het bijzijn van een vrouw. Na een tijdje gaan we toch ieder maar onze eigen weg: zij gaan vissen en wij pakken onze spullen en gaan fietsen. Ze weten ons te vertellen waar we op de kaart zijn, maar kennelijk rijden we toch ergens verkeerd, want het duurt langer dan het zou moeten duren voor we eindelijk weer eens op een verharde weg komen. Maar we kómen er. De weg is helaas niet echt voor lange tijd verhard. Een paar kilometer verderop is het weer zand. Je kunt hier goed zien hoe de wegen "leven". Is er ergens teveel blubber of is het zand te mul, dan wijkt men op die plek even af van de weg en ontstaat er een tweede stukje weg. Wordt ook dat te slecht berijdbaar, dan volgt een derde. Soms is het een stukje, soms een complete parallelweg. En daarnaast dan soms nog een smal paadje voor fietsers en voetgangers, want voor hen is de weg gauwer moeilijk begaanbaar dan voor auto's.


Als we in een dorpje komen, zien we een put op iets wat openbaar terrein lijkt, of een tuin zonder enige afscheiding van de weg. Daar vullen we onze flessen, want die zijn zo goed als leeg. Nu nog een winkel om eten te kopen. En een stopcontact, want de batterijen van Franks fototoestel zijn leeg. Een stopcontact komen we als eerste tegen. Ergens op iemands erf ziet Frank er een op de muur van een schuur. Hij besluit het erf op te aan en te vragen of hij daar zijn batterijen op mag laten terwijl wij naar de winkel gaan. Op het geblaf van de hond komt de vrouw des huizes naar buiten en opladen mag, maar we krijgen ook meteen thee aangeboden met bonbons erbij. Als we onze gastheer en -vrouw vragen waar er hier een winkel is, zeggen ze dat ze ons er wel even met de auto heen rijden, dat is makkelijker dan het uitleggen. Het komt ter sprake dat we onder andere aardappels willen kopen, maar die hebben ze in de winkel niet, want die verbouwt iedereen zelf. Net als groenten overigen; in dit soort dorpswinkels heb je al geluk als ze er komkommers én tomaten hebben, andere groenten kun je sowieso wel vergeten. Onze gastvrouw zet ons voor de deur van de winkel af en wij doen onze boodschappen. In plaats van aardappels dan maar wéér macaroni, net als de voorgaande dagen. Als we weer terugkomen bij de gastvrouw thuis, krijgen we een enorme mand aardappelen, waar we wel een paar dagen van kunnen eten. We leggen vriendelijk uit dat we zoveel echt niet mee kunnen nemen, dat dat te zwaar is, en halen er een hoeveelheid voor één dag af en bedanken haar hartelijk. We gaan nog op de foto met Julia en Vasyl, want zo heten de gastvrouw en -heer, en vertrekken dan, door hen voorzien van een zelfgetekende plattegrond, richting onze overnachtingsplek. Ze hebben ons een plek aanbevolen aan een meertje in het volgende dorp, waar het rustig is en het is ook dicht bij de grote weg die we morgen moeten volgen om bij de grens te komen. Het is inderdaad een mooi plekje. Als we er aankomen, komt er net een visser aangeroeid, waar we aan een picknicktafel even een praatje mee maken in een vreemde mix (vooral de visser dan) van Oekraïens, Russisch en Pools. Hij vertelt dat hij hier een paar dagen geleden nog een hele nacht heeft doorgebracht met bekenden bij een kampvuur. Wij vinden echter geen materiaal voor een kampvuur, want er zijn geen bomen in de buurt. Maar tijd voor een kampvuur is er toch niet, want zodra we onze tenten hebben opgezet, begint het te regenen, en dat houdt bijna zonder ophouden aan tot de volgende dag. Als het wel even min of meer droog is, koken we onze macaroni - met aardappels - en dat smaakt een stuk beter dan ik van die combinatie verwacht had. Van de overkant van het meer komt nog een dorpsbewoner naar ons toe geroeid om te kijken wie hier neergestreken is, maar die vertrekt al gauw weer.
Zaterdag is alweer onze laatste fietsdag. Oorspronkelijk hadden we gepland om vandaag in Terespol aan te komen, maar dat gaan we natuurlijk niet redden, nu we nog steeds in Oekraïne zijn. Het aangepaste plan is dat we vanochtend de grens over gaan, nog een rondje rijden in Polen en dan in Dorohusk op de trein stappen. Maar aangezien het de hele dag belooft te blijven regenen (waardoor ik overigens tóch nog gebruik kan maken van Magda's overschoenen), passen we ook dat plan aan en nemen meteen de trein naar Lublin, waar we een paar uur bij een maat van Frank en bij zijn gezin doorbrengen. Maar voor het zover is, moeten we eerst de grens nog over. Dit is hetzelfde type grensovergang als in Zosin-Ustyluh, behalve dat hier ook vrachtwagens over mogen. Maar bij allebei geen voetgangers. Hier reageert de douanier echter alsof er dagelijks mensen op de fiets de grens oversteken en we mogen gewoon op dezelfde plek over als de personenauto's, geen enkel probleem. Alleen even een norse Poolse douanier die ons terugstuurt naar de stopstreep, nadat we naar hem toe zijn komen rijden op zijn wenk, die blijkbaar niet voor ons bedoeld was, maar voor de automobilist naast ons. Het Oekraïense douanepersoneel is zelfs veel vriendelijker dan we van Oekraïners in uniform gewend zijn.
Het bezoek aan Franks kennisen in Lublin is gezellig en we worden van een heerlijke, stevige maaltijd voorzien. Daarna nemen we de trein naar Warschau, waar ik Frank nog even gezelschap hou terwijl hij wacht op zijn volgende trein, en ondertussen eten we opnieuw een hapje. Dan vervolgt Frank zijn reis naar huis per trein, en ik per fiets.
Wie weet komt het er nog een keer van om over al die andere dingen te schrijven die ik in de tussentijd gedaan heb, maar als ik naar mijn planning voor de komende tijd kijk, heb ik daar een hard hoofd in. Daarom hier even in sneltreinvaart een opsomming ervan: een hoorcollege van een Hongaarse gastdocent op de Academie voor Speciale Pedagogiek; een paasdiner bij één van de onthoudersclubs, waar ik in de świetlica help; een bezoek aan het paleis in Wilanów, helemaal in het zuiden van Warschau; paaseieren schilderen met mijn collega's; Pasen in Błonie bij Krzyś en zijn ouders en oma, en steeds te horen krijgen dat ik wel honger zal hebben, "want ze is zo dun"; een (gratis!) concert van (een deel van) Händels Messiah; naar de film met de tieners (The King's Speech); twee kleine concerten in het kader van een Russische week in een bepaald café; een week mid-term training in Toruń (die niet zo zwaar en serieus was als het woord "training" doet vermoeden), een driedaagse pelgrimstocht per fiets van Radom naar Częstochowa samen met een aantal mensen van een onthoudersclub waar ik Engelse les geef, en natuurlijk een paar keer zomaar een dagje fietsen. |
|
|
|
|
|